Van Rompuy en Barroso sporen Oekraïne aan tot verdere hervormingen

25/02/13 om 17:30 - Bijgewerkt om 17:30

(Belga) Als Oekraïne wil dat de Europese Unie haar handtekening onder het vrijhandelsakkoord zet dat vorig jaar beklonken werd, zal het verder moeten blijven hervormen. Dat hebben de voorzitters van de Europese Raad en de Commissie, Herman Van Rompuy en José Manuel Barroso, maandag gezegd na afloop van de EU-Oekraïne-top. Ze maken zich onder meer zorgen over de "selectieve justitie" in Oekraïne, maar noemden de gevangengenomen ex-premier Joelia Timosjenko niet bij naam.

Van Rompuy en Barroso sporen Oekraïne aan tot verdere hervormingen

Onderhandelaars van de EU en Oekraïne breiden in maart 2012 een nieuw hoofdstuk aan de onderlinge relaties. Ze bereikten toen een akkoord over een ambitieus associatieakkoord, een nieuw wettelijk kader voor de banden tussen Europa en Oekraïne. Het meest opvallende onderdeel van die tekst is een vrijhandelsakkoord. Met een betere toegang tot de Europese interne markt zal de voormalige sovjetstaat zijn welvaartsniveau gevoelig kunnen opkrikken, menen de betrokkenen. De EU hoopt de akkoorden in november te kunnen ondertekenen, wanneer de Europese vertegenwoordigers in de Litouwse hoofdstad Vilnius samenzitten met hun collega's uit Oekraïne en enkele andere Oost-Europese landen. Maar, zo herhaalde Herman Van Rompuy maandag, Kiev moet tegen dan wel aan een aantal criteria beantwoorden. "Er zijn al enkele stappen gezet, maar we moeten nog meer en ook concrete vooruitgang zien. Die vooruitgang is realistisch en doenbaar, maar de tijd om dat te doen, is beperkt." Een van die knelpunten, aldus Van Rompuy en Barroso, is de "selectieve" Oekraïense justitie. "Een diepe hervorming van het judicieel systeem is cruciaal om te verhinderen dat selectieve justitie zich nog voordoet." In Oekraïne zit een aantal tegenstanders van president Victor Janoekovitsj om dubieuze redenen in de cel, onder wie Joelia Timosjenko. Noch Van Rompuy, noch Barroso sprak namen van gevangenen uit, maar ze zeiden vertrouwen te hebben in het onderzoek dat het Europees Parlement naar de affaires voert. (GEJ)

Onze partners