Van het peuterpaleis naar de kleuterjungle

07/02/12 om 15:24 - Bijgewerkt om 15:24

Hoewel uit allerlei studies blijkt dat de overgang van de crèche naar de kleuterklas minder abrupt zou moeten verlopen, beweegt er in Vlaanderen zo goed als niets.

Van het peuterpaleis naar de kleuterjungle

© PhotoNews

Meer dan twee jaar lang worden ze - als alles goed is - in de beste omstandigheden opgevangen en verzorgd. Ze eten, slapen en spelen in kleine groepjes, hebben plaats genoeg om zich uit te leven en rennen rond in een ruimte die aan de strengste voorwaarden voldoet. Tot ze twee jaar en zes maanden oud zijn. Dan moeten ze naar de kleuterschool, waar ze vaak in klassen van meer dan 25 kleuters en één juf terechtkomen.

Sommigen zijn echt schoolrijp en kunnen al die chaos aan, anderen weten niet wat hen overkomt. Vooral kinderen uit anderstalige en kansarme gezinnen hebben het soms erg moeilijk met die bruuske overgang. Vandaar dat de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor), die afgelopen week in het Vlaams Parlement een studiedag over het onderwerp organiseerde, aandringt op een betere afstemming tussen de voorschoolse kinderopvang en het kleuteronderwijs. Maar in het ontwerpdecreet Kinderopvang, dat dezer dagen door de commissie Welzijn in het Vlaams Parlement wordt besproken, valt daar amper iets van terug te vinden.

'Echt een gemiste kans', zegt commissielid Mieke Vogels (Groen). 'Men had van de gelegenheid gebruik moeten maken om de normen in de kinderopvang en het kleuteronderwijs meer op elkaar af te stemmen. Want vandaag liggen die vaak ver uit elkaar. Zo moet een kinderverzorgster aan andere aanwervingsvoorwaarden voldoen om in een crèche te mogen werken dan voor een baan in een kleuterschool.' Daarnaast zijn er nog een pak andere voorwaarden, onder meer op het vlak van brandveiligheid en de akoestische kwaliteit van de gebouwen, die sterk uiteenlopen.

Maar op het werkveld groeien de kinderopvang en het kleuteronderwijs wél naar elkaar toe. 'Bij allebei zien we een verschuiving van louter verzorgen naar opvoeden en stimuleren van de ontwikkeling', aldus Machteld Verhelst, pedagogisch coördinator van het katholieke basisonderwijs (VVKBaO). Op dat vlak werkt Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) wel aan een betere afstemming tussen de twee sectoren. 'Dat doen we door de pedagogische functie van kinderopvang een belangrijke plaats te geven', klinkt het. Maar verder gaat het Vlaamse beleid voorlopig dus niet.

Crisistijd
Nu heeft geen enkele Vlaamse minister dezer dagen geld op overschot, en die van Welzijn en Onderwijs al helemaal niet. 'In de praktijk ligt een decretaal kader voor de samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs dan ook moeilijk doordat het om twee verschillende bevoegdheden gaat', zegt Coddens. 'Iedereen wil zijn eigen gebiedje afplassen, hè.'

Ook Mieke Vogels is ervan overtuigd dat de terughoudendheid van het Vlaamse beleidsniveau daarmee te maken heeft. 'Zeker in crisistijd ziet het departement Welzijn het niet zitten dat een deel van zijn middelen naar Onderwijs zou gaan', zegt ze. 'De focus ligt dus nog altijd op de draagkracht van de instellingen en niet op die van de kinderen. En als dit decreet wordt goedgekeurd, verandert er niets: onze kinderen worden eerst twee jaar lang in kleine paleisjes opgevangen en komen dan van de ene dag op de andere in de jungle terecht.' (AP)

Lees meer over:

Onze partners