"Vader" van noordelijke albatrossen in het Museum van Natuurwetenschappen ontdekt

10/08/12 om 12:18 - Bijgewerkt om 12:18

(Belga) Wetenschappers van het onderzoekscentrum achter het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) en het Duitse Senckenberg Forschunginstitut hebben het 30 miljoen jaar oude fossiel van een albatros ontdekt. De botten vormen het oudste bewijs van de aanwezigheid van albatrossen in het Noordzeegebied tijdens het vroege Tertiair. Vandaag leven ze vooral boven de zeeën van het zuidelijk halfrond. De onderzoekers publiceerden hun bevindingen in het ornithologisch vaktijdschrift The Auk.

"De botten bevonden zich al ruim 100 jaar in de collectie van het KBIN maar werden nu pas grondig onderzocht door paleontoloog Thierry Smith, specialist in fossiele gewervelden zoals zoogdieren, vissen en amfibieën, en zijn Duitse collega Gerald Mayr", verklaarde wetenschapscommunicator Jiska Verbouw. De vogelbeenderen werden meer dan 100 jaar geleden ontdekt in de kleiputten van Terhaegen in Rumst bij Antwerpen door ene Georges Hasse, aldus Verbouw. Beide paleontologen onderzochten de botten opnieuw en vergeleken ze met recentere fossielen en kwamen tot de conclusie dat het om de fossiele resten van een tot nog toe onbekende albatrossoort ging, die nu de naam Tydea septentrionalis meekreeg. De resten kwamen door afzetting terecht in het Noordzeebekken en stammen uit het vroege Oligoceen (zo'n 30 miljoen jaar geleden). Daarmee vormen ze het oudste bewijs van de aanwezigheid van albatrossen in Europa. De familie van de albatrossen, de Diomedediae, is vernoemd naar de Griekse koning Diomedes. Volgens de Griekse mythologie veranderden alle metgezellen van Diomedes na zijn dood in grote, witte vogels met een scherpe bek. Smith en Mayr vernoemden de nieuw ontdekte albatrossoort naar Tydeus, de vader van Diomedes. 'Septentrionalis' is Latijn voor 'Noordelijk'. De collectie van het Museum pronkt vanaf nu dus met de noordelijke vader van de albatrossen. (Guido Alberto Rossi)

Onze partners