Bart Derwael
Bart Derwael
Communicatiewetenschapper en is zaakvoerder van Panenka communication
Opinie

28/11/13 om 15:09 - Bijgewerkt om 15:09

Uw mening is relevant als u ook echt iets te vertellen hebt

Onze informatiemaatschappij is stilaan verworden tot een interactiemaatschappij. Eenrichtingscommunicatie is uit. We willen als burger deelnemen aan het publieke debat en dus onze stem laten horen over wat er zich afspeelt in de media, de politiek en bij uitbreiding ons hele maatschappelijke bestel. Een opinie delen is niet langer het weloverwogen of gefilterde voorrecht van geleerde mannen en vrouwen, maar een dagelijkse bezigheid van miljoenen doorsnee burgers. Wat begon met straatinterviews op radio en tv en met lezersbrieven in kranten en tijdschriften, vindt vandaag zijn vervolg via sociale media, allerlei fora en commentaarvakjes op het internet. De dorpsstraat werd op enkele generaties tijd een flitsende virtuele snelweg.

De slinger wil daarbij wel eens doorslaan. Waar oorspronkelijk de commentaar van gewone stervelingen niet méér was dan een meestal ludieke en/of erg lokale aanvulling op de actualiteit, werd de mening van Jan met de pet geleidelijk aan even 'belangrijk' als die van een politicus of een professor. Het buikgevoel, uitgedrukt in eenvoudig en sappig taalgebruik, werd een door kijker en luisteraar gesmaakte aanvulling op de vaak belerende en tergend trage uiteenzettingen van vakspecialisten.

Stevaert en Bracke

Dat inspireerde ook politici als Steve Stevaert en (voormalige) journalisten als Siegfried Bracke. Wie zijn boodschap niet in zeventien seconden en een leuke quote verpakt kreeg, werd niet langer geschikt bevonden voor het heersende medium dat televisie, mede dankzij de 'kabel' en de commerciële concurrentie, in de jaren '90 van de vorige eeuw geworden was. De burgers (kiezers en kijkers) gaven de Stevaerts en de Brackes van deze wereld daarvoor schijnbaar het mandaat.

Delen

Heugelijke evolutie: Sociale netwerkgebruikers zijn volwassen geworden

Polls, bereikstudies, testpanels en behoeftenonderzoek werden de maatstaf der dingen: kwantitatieve en kwalitatieve metingen en doelgroep-analyses werden onthaald als hét wondermiddel om de kloof met de burger (diezelfde kiezer en kijker) te verkleinen. Inhoudelijke verdieping werd iets voor dinosaurussen die niets begrepen hadden van moderne communicatie en werd verbannen naar de late uurtjes van het uitzendschema. De mediaconsument werd een steeds dominantere en relevantere spiegel voor de wijze waarop inhoud verpakt en verspreid werd. De klassieke marketingaanpak dus.

Internet

Maar vanaf eind jaren '90 kreeg het generalistische eenrichtingsmedium 'televisie' (en hetzelfde geldt voor de dag- en weekbladen) stevige concurrentie van het internet, dat zelf nog in volle transformatie was van een informatiegestuurd kanaal naar een interactief platform waar burgers elkaar konden ontmoeten in chatrooms en op fora. Ergens op de grens tussen de private en de (semi)publieke ruimte dus. Maar we waren al een stuk de drempel van de 21ste eeuw over toen dat internet écht ging appelleren aan gebruikers die zich wilden begeven op het publieke online forum dat de sociaalnetwerksites (Facebook, Twitter, Linkedin, Pinterest...) voor hen uitrolden. Bloggers, toogfilosofen, opiniemakers en -krakers, radde tongen en scherpe pennen - onder hen spitse en spitante woordkunstenaars maar evenzeer onzin uitkramende brulboeien - werden de ongefilterde verspreiders van nieuwtjes uit zowel de eigen kleine kring als de grote globe. En nog explicieter dan bij televisie al het geval was, leek de boodschap bepaald door de eigenheid van het medium (kort, krachtig en impulsief) dat haar verspreidde. Marshall McLuhan all over again.

Inhoud

Maar anno 2013, de trend is al even gezet, lijkt er opnieuw een kentering in de maak. De sociale netwerkgebruikers zijn volwassen geworden. Hun medium werkt steeds minder beperkend op de inhoud die door hen wordt verspreid. Tweets of statusupdates die voorzien zijn van hyperlinks en beelden, verdringen de korte quotes naar de achtergrond. Ze creëren een keten van content, van informatie en opinies, van eigen makelij of van anderen. De inhoud wordt dus veel sterker gestuurd door de keuze van de individuele afzender(s), en indien relevant bevonden, opnieuw verder verspreid, al dan niet voorzien van bijkomende informatie of inhoudelijke commentaar. Er vindt met andere woorden interactie en dialoog plaats, niet dwingend maar vrijblijvend. Het medium (sociaalnetwerksites) is nog slechts verspreider/marktplaats en niet langer de maker of bepaler van de content (zoals met tv meestal wel het geval is/was). De inhoud (meningen, verhalen, beelden, nieuws ...) die via de sociale media zijn weg vindt, is trouwens niet alleen voer voor belezen intellectuelen, maar kan zowel informatief, kritisch, inspirerend, mobiliserend als eenvoudigweg grappig zijn (of alles tegelijk). Behoorlijk toegankelijk dus.

Marketing en journalistiek

Iets gelijkaardig zien we al een tijd gebeuren in de reclamewereld. Ook daar gaat steeds meer aandacht naar de content. Baselines en schreeuwende slogans worden almaar vaker vergezeld van verhalen (storytelling) en informatie met toegevoegde (affectieve of cognitieve) waarde over merk, product of dienst. Content marketing wordt daardoor een belangrijke aanvulling of zelfs een alternatief voor traditionele advertenties. En ook de journalistiek lijkt stilaan doordrongen van de noodzaak om niet meer alleen snel en sexy nieuws te brengen, maar ook verdieping en achtergrond opnieuw een prominentere plek te geven. Enkele recente initiatieven zoals De Correspondent in Nederland of NewsMonkey (en Apache) in eigen land, trekken voluit de kaart van eigen online content met toegevoegde waarde ten opzichte van het bestaande nieuwsaanbod. Ook hier zullen de sociaalnetwerksites de rol van (gratis) distributeur op zich nemen. En ook hier wordt de rechtstreekse dialoog tussen maker en lezer en tussen lezers onderling aangemoedigd.

Zolang u maar iets te zeggen hebt over de inhoud (en dat ook doet), wordt uw mening als lezer/kijker dus steeds relevanter. Rioolspuiterij naast de kwestie is dat haast nooit. Een heugelijke evolutie.

Lees meer over:

Onze partners