Unicef: uitgewezen kinderen hebben zware problemen

28/03/12 om 17:41 - Bijgewerkt om 17:41

(Belga) Kinderen die tegen hun wil naar hun land van herkomst terug moeten, gaan volgens een nieuw Unicef-rapport vaak gebukt onder zware psychische en gezondheidsproblemen. Bijna de helft van deze jongeren (44,2 procent) lijdt aan depressies, een kwart (25,5 procent) heeft zelfmoordneigingen. Voor het kwalitatief onderzoek werden 164 jongen en meisjes tussen zes en 18 jaar en 131 ouders bevraagd, die vooral uit Duitsland en Oostenrijk terug naar Kosovo werden gebracht.

Bij uitwijzingen of het terugbrengen van vluchtelingen en migranten wordt te weinig rekening gehouden met de geestelijke gezondheid van kinderen, luidt de kritiek van Unicef woensdag in Berlijn. "Geen kind mag teruggestuurd worden, als er geen garanties zijn voor zijn goede lichamelijke en geestelijke ontwikkeling", benadrukte Unicef-bestuurder Tom Koenigs. Volgens het rapport lijdt een op de drie jonge mensen onder klinisch aantoonbare posttraumatische stressstoornissen. Ongeveer de helft van hen omschreef voor de ploeg van artsen, psychologen en maatschappelijk assistenten de meestal onvrijwillige terugkeer naar Kosovo als "de ergste ervaring" uit hun leven. Omdat twee derde van de bevraagden tot een etnische minderheid behoort, worden de problemen door discriminatie, taalbarrières en het ontbreken van psychosociale begeleiding ter plaatse nog groter. Alleen al in 2010 werden uit Duitsland 935 mensen naar Kosovo teruggebracht, uit Oostenrijk waren het er 888. Gemiddeld hebben ze 14 jaar in het gastland verbleven, waar ook het grootste deel van de kinderen werd geboren. (LRT)

Onze partners