Twee op de drie tienjarigen hebben gsm

12/10/11 om 02:27 - Bijgewerkt om 02:27

(Belga) Jongeren in België hebben op steeds vroegere leeftijd een gsm. Vanaf 12 jaar is het mobieltje algemeen ingeburgerd. De jongeren communiceren vooral via sms: ze sturen gemiddeld meer dan tien tekstberichten per dag. Dat blijkt uit een onderzoek van het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO).

Volgens OIVO is het aantal gsm-bezitters jonger dan 13 jaar "merkelijk toegenomen in vergelijking met 2009". Twee op de drie 10-jarigen hebben een gsm. Bij de 11-jarigen is dat al drie kwart en vanaf 12 jaar hebben bijna alle jongeren een gsm, zo luidt het. Wie een gsm heeft, gebruikt die ook steeds vaker. De jongeren sturen gemiddeld bijna 90 sms-berichten en bellen een tiental keer per week. Vijftienjarigen zijn de kampioenen van de sms'jes: zij sturen er gemiddeld bijna 140 per week. Tienjarigen starten met een twintigtal tekstberichtjes per week. Ook jongeren blijken niet gespaard te blijven van commerciële boodschappen op hun mobieltje. Een op de drie zegt al reclame te hebben gekregen op zijn gsm. Een op de tien werd al eens ongewild ingeschreven op een betalende gsm-dienst. De jongeren kiezen hun gsm meestal zelf, maar het zijn de ouders die veelal de aankoop en de kosten voor hun rekening nemen. Dat betekent niet dat de ouders streng toekijken op het gsm-gebruik van hun kroost: slechts een vijfde van de jongeren zegt dat ouders bepaalde regels opleggen. "De ouders leggen minder regels op voor het gsm-gebruik dan voor tv-kijken of het gebruik van het internet", aldus OIVO. Een op de vijf jongeren heeft overigens een smartphone, besluit het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties nog uit de bevraging van bijna 3.000 10- tot 17-jarigen eind 2010 en begin 2011. Het centrum raadt ouders aan de jongeren te waarschuwen voor de mogelijke risico's van gsm-gebruik. (FUL)

Onze partners