Tussen twee vuren: hoe de Brusselse magistraten de nazi's dwarsboomden

20/11/17 om 14:59 - Bijgewerkt op 22/11/17 om 16:28

Voorpublicatie uit Tussen twee vuren: gerecht en verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. 'Ze richten een zaklamp in zijn gezicht en vragen of hij V. heet. Zodra hij dat bevestigt, schieten ze op hem.'

Tussen twee vuren: hoe de Brusselse magistraten de nazi's dwarsboomden

© Lannoo

In Tussen twee vuren brengt historica Jan Julia Zurné voor het eerst in kaart hoe de Brusselse magistratuur de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog saboteerde. Het boek wordt volgende week voorgesteld, maar in Knack leest u alvast een interview met Zurné en op Knack.be krijgt u een exclusieve voorpublicatie te lezen.

In 1942 neemt het aantal door verzetsgroepen gepleegde aanslagen op Duitsers en collaborateurs in Brussel langzaam maar zeker toe. Voor het Brusselse parket is dat een groot probleem, niet alleen vanwege de steeds ernstig verstoorde openbare orde.

Na de lange onduidelijkheid over de bevoegdheden op het gebied van politieke aanslagen heeft de secretaris-generaal bij het ministerie van Justitie in oktober 1942 de parketten geïnstrueerd dat de Duitse autoriteiten de opsporing, vervolging en berechting van daders van politieke aanslagen tegen collaborateurs overlaten aan de Belgische justitie. In principe moeten de Belgische politiediensten dus de daders van politieke aanslagen opsporen, tenzij de slachtoffers Duitsers zijn.

Tussen eind 1942 en 1943 blijkt echter uit zes zaken in Brussel dat de bezettingsmacht helemaal niet van plan is de berechting van verdachten over te laten aan de Belgische rechtbanken. Dat leidt tot zeer ernstige en niet zelden fatale situaties. Het parket trekt daar lessen uit, maar dat is een tijdrovend proces.

De eerste zaak waarbij een verzetsman onbedoeld in handen van de bezettingsmacht valt, begint in het najaar van 1942. Op 13 november spreken twee mannen om acht uur 's avonds postbeambte Ferdinandus V. aan terwijl hij van de tramhalte naar zijn huis in Jette wandelt. Ze richten een zaklamp in zijn gezicht en vragen of hij V. heet. Zodra hij dat bevestigt, schieten ze op hem. Ferdinandus V. wordt geraakt in de rechterbil, maar is niet dodelijk gewond.

Als de gemeentepolitie van Jette ter plaatse komt, kan het slachtoffer een vaag signalement geven van zijn belagers. Hij stelt dat het een politieke aanslag was, omdat hij sympathiseert met het VNV. Recentelijk heeft V. ook de namen van enkele collega's die de sluikbladen La Libre Belgique en Le Drapeau Rouge verspreiden doorgegeven aan een medewerker van de Gestapo. Tijdens zijn verhoor zegt V. drie collega's te verdenken van betrokkenheid bij de aanslag op zijn leven. De belangrijkste is chef-postbode Paul-Eugène Hermans.

De drie collega's worden verhoord, maar hebben een alibi. Desalniettemin worden ze enkele dagen later door de Gestapo opgepakt. Dat accepteert de procureur des Konings niet. Hij protesteert bij zijn leidinggevende tegen de inmenging van de bezettingsmacht, 'in strijd met de aangegane verbintenis, zich niet te zullen mengen in het onderzoek en de berechting van zulkdanige zaken'. Als de Duitse politie zelf een onderzoek uitvoert én daarbij gebruik maakt van informatie uit Belgische processen-verbaal, dreigen de onderzoeken van de gerechtelijke politie te dienen 'om vervolgingen op grond van een vreemde wetgeving te staven'. Dat is voor de procureur onaanvaardbaar en daarom zet hij het onderzoek niet voort.

Daaropvolgend protesteert de procureur-generaal van Brussel bij de secretaris-generaal van Justitie over de inmenging van de bezetter. Op verzoek van de procureur-generaal richt de secretaris-generaal zich tot Militärverwaltungsvizechef Harry von Craushaar. Deze zaak is niet de enige waarin de bezetter zich recentelijk heeft gemengd: ook in twee andere zaken heeft de bezettingsmacht de onafhankelijkheid van het Belgisch gerechtelijk onderzoek recentelijk niet gerespecteerd. De protesten vanuit het parket hebben niet de gewenste uitwerking. Twee van de verdachten worden dan wel vrijgelaten, maar Hermans is ondertussen overgebracht naar concentratiekamp Breendonk. Als represaille voor de moord op een Vlaamse SS'er wordt hij op 12 december met negen andere communisten gefusilleerd. De Duitse inmenging in aanslagen op collaborateurs is daarmee nog zeker niet ten einde gekomen.

Jan Julia Zurné, Tussen twee vuren: gerecht en verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog, Lannoo, 256 pagina's, 24,99 euro.

De boekvoorstelling van Tussen twee vuren: gerecht en verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog vindt plaats op woensdag 29 november om 15.30 uur in het CegeSoma in Anderlecht. Inschrijven kan via e-mail naar stefanie.decraemer@lannoo.be.

Onze partners