Tienermoeders vinden weg naar vroedvrouw en gynaecoloog niet

23/05/12 om 18:02 - Bijgewerkt om 18:02

(Belga) Kansarme en allochtone zwangere vrouwen en tienermoeders stappen te laat naar verloskundige zorgverleners. Dat blijkt uit een onderzoek van Dr. Annemarie Hoogewys (Arteveldehogeschool). Volgens Hoogewys zijn significant meer vroeggeboortes, een lager geboortegewicht en meer nood aan intensieve zorg voor hun baby het gevolg.

Voor het onderzoek werden 1.647 vrouwen bevraagd uit de verschillende Gentse materniteiten. "Het merendeel van de vrouwen die zich te laat, pas na 14 weken zwangerschap, bij zorgverleners aanmelden, zijn jonger dan 20 en vooral van Oost-Europese of niet-Europese afkomst", aldus Dr. Hoogewys. "Ze hebben in het beste geval een diploma lager secundair onderwijs en scoren positief op kansarmoede, volgens de criteria die door Kind en Gezin werden vastgelegd." Vrouwen die zich laattijdig aanmelden, hebben significant meer kans op vroeggeboorte (minder dan 37 weken zwangerschap), hun baby's hebben een lager geboortegewicht (minder dan 2.500 gram) en maken een grotere kans om op de afdeling intensieve zorgen terecht te komen. Opvallend is dat er geen relatie is tussen het aantal zwangerschappen en late aanmelding. "Vrouwen die voor hun eerste kind te laat naar de arts of vroedvrouw gaan, blijven dat patroon volhouden bij latere zwangerschappen", aldus Hoogewys, die pleit voor preventie in scholen en een communicatiecampagne in wachtkamers van artsen. Een vrij spreekuur zou bijvoorbeeld ook voor tienermoeders de drempel verlagen. Het onderzoek van Dr. Hoogewys kadert in een ruimer project rond perinatale zorg. In een uniek project worden sinds 2009 studenten na een speciale training ingeschakeld als "buddy's" voor moeders in kansarmoede. (OSN)

Onze partners