'Terugkeerbeleid voor asielzoekers werkt niet'

19/04/14 om 08:41 - Bijgewerkt om 08:41

Het terugkeerbeleid voor asielzoekers werkt niet. Dat zegt Vluchtelingenwerk Vlaanderen. De organisatie stelt wel vast dat de instroom van asielzoekers onder controle lijkt.

'Terugkeerbeleid voor asielzoekers werkt niet'

Els Keytsman, directeur Vluchtelingenwerk Vlaanderen © Franky Verdickt

Het terugkeerbeleid voor asielzoekers werkt niet. Dat zegt Vluchtelingenwerk Vlaanderen in zijn jaarverslag. "Het is geen succes en eist een steeds hogere menselijke tol. Het moet anders", zegt Els Keytsman, directeur van Vluchtelingenwerk Vlaanderen.

Slechts 4,4 procent van de asielzoekers die naar een open terugkeerplaats gestuurd worden, keert immers effectief vrijwillig terug. Zowat 87 procent van de asielzoekers die naar een open terugkeerplaats gestuurd worden, verdwijnt in de illegaliteit.

In de periode van september 2012 tot september 2013 ging het om 4.679 van de 5.373 mensen die naar een terugkeerplaats moesten. "En ook vandaag ligt hun aantal nog ruim boven de 80 procent", aldus Keytsman. "Niemand weet waar ze zijn. We vermoeden dat een aantal van hen in netwerken terechtkomt waar ze kwetsbaar zijn voor uitbuiting", klinkt het.

Sommigen gaan niet naar de terugkeerplaatsen (3.800), anderen trekken er weg vóór het einde van de dertig dagen die ze hebben om vrijwillig terug te keren (438); de rest wordt door de bevoegde administraties zelf op straat gezet aan het eind van de termijn van hun uitwijzingsbevel (441).

Sinds september 2012 worden afgewezen asielzoekers haast onmiddellijk overgeplaatst van de gewone opvang naar "terugkeerplaatsen". Daar krijgen ze maximum dertig dagen om terug te keren. Willen ze dit niet, dan worden ze gedwongen teruggestuurd of op straat gezet.

Instroom asielzoekers is onder controle

De instroom van asielzoekers lijkt intussen wel onder controle. In 2012 daalde de bezettingsgraad in de asielopvang en deze trend zette zich voort in 2013. In januari 2013 was die bezettingsgraad nog 87,2 procent. Eind december 2013 bedroeg hij 70 procent.

"Het is dus logisch dat de staatssecretaris een scenario opstelde voor de afbouw van het opvangnetwerk. Vluchtelingenwerk betreurt wel dat de collectieve en de individuele opvang niet evenredig worden afgebouwd en de afbouw zich vooral doorzet in de individuele opvang", klinkt het.

Bevoegd staatssecretaris De Block wil voor eind 2014 uitkomen op ongeveer 10.300 collectieve opvangplaatsen, ongeveer 7.400 individuele opvangplaatsen en 300 "open terugkeerplaatsen" in collectieve centra.

"De verhouding tussen de collectieve opvangplaatsen en de individuele opvangplaatsen is dan niet langer in evenwicht, terwijl dat eind 2012 nog wel het geval was, de transitplaatsen buiten beschouwing gelaten. Deze onevenredige afbouw van de opvang is een slechte beleidsmaatregel omdat Vluchtelingenwerk sterk overtuigd is van de meerwaarde van individuele opvang", luidt het. Die individuele opvang is volgens Vluchtelingenwerk Vlaanderen de goedkoopste (10 procent goedkoper) en menselijker.

Meer aandacht nodig voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen

Vluchtelingenwerk Vlaanderen wil een grondige herziening van het opvangmodel voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. "De bevoegdheid voor de opvang van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen, los van het feit of zij asiel hebben aangevraagd of niet, moet volledig overgeheveld worden naar de gemeenschappen", klinkt het.

De opvang en begeleiding van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen die asiel aanvragen is nu de exclusieve bevoegdheid van de federale overheid. De opvang en begeleiding van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen die geen asiel aanvragen, is een gedeelde bevoegdheid tussen de federale overheid en de gemeenschappen.

"Deze opdeling werkt niet", benadrukt Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Niet-begeleide minderjarige vreemdelingen worden volgens Vluchtelingenwerk na elke beslissing aan hun lot overgelaten. "Als ze worden erkend dan moeten ze net als volwassenen binnen 2 maanden de asielopvang verlaten en een woning zoeken, ook als ze bijvoorbeeld nog minderjarig zijn wanneer ze worden erkend. Als ze niet erkend worden, dreigt terugkeer eens ze volwassen zijn geworden", zegt Els Keytsman, directeur van Vluchtelingenwerk Vlaanderen.

Vluchtelingenwerk vraagt ook bijzondere aandacht voor het wegwerken van "de breuklijn die ontstaat zodra de jongeren de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, ongeacht of ze een (tijdelijk) verblijfsstatuut hebben of niet". Opvang en begeleiding vallen dan in principe weg en de jongeren staan er alleen voor.

"In de eerste plaats is het noodzakelijk dat sterk ingezet wordt op het vergroten van de zelfredzaamheid van de jongeren vóór ze meerderjarig zijn geworden. Maar niet alle jongeren die 18 worden, zullen zich even goed kunnen redden, hoe degelijk de begeleiding ook is."

Vluchtelingenwerk vraagt daarom aandacht voor deze doelgroep, onder meer via de voortgezette hulp binnen de Bijzondere Jeugdzorg en binnen de Jongeren Advies Centra (JAC's) van de Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW's).

Asielzoekers moeten te vaak verhuizen

Asielzoekers moeten te vaak verhuizen, soms naar de andere kant van het land. Dat is duur, inefficiënt en erg zwaar voor de asielzoekers. De overheid organiseert asielopvang in verschillende fasen, telkens op een andere plaats: van een collectief centrum naar individuele opvang in een studio of huisje, gevolgd door opvang in een "terugkeerplaats" in alweer een ander centrum.

"Asielzoekers moeten zich dus op korte tijd driemaal aanpassen aan een nieuwe omgeving en nieuwe begeleiders", hekelt Vluchtelingenwerk Vlaanderen. "Zeker voor kinderen is dit nefast: een nieuwe school, vaak in een nieuwe taal, een andere leefomgeving, opnieuw vriendjes moeten maken. Deze opvang in drie fasen maakt het voor begeleiders ook moeilijk om een vertrouwensband met de asielzoekers op te bouwen", aldus de organisatie.

Vluchtelingenwerk Vlaanderen pleit daarom voor een grotere continuïteit in de opvang en begeleiding van asielzoekers. "Dat is mogelijk met een vernieuwd opvangmodel, waarbij een korte evaluatieperiode gevolgd wordt door de eigenlijke opvang". Deze korte evaluatieperiode laat volgens Vluchtelingenwerk Vlaanderen "ruimte voor onthaal en oriëntatie, waarbij men nagaat welke opvang voor de asielzoeker het meest aangewezen is: collectieve opvang of individuele opvang".

Vluchtelingenwerk pleit er ook voor dat kwetsbare asielzoekers onmiddellijk in de individuele opvang terechtkunnen. "Denk bijvoorbeeld aan gezinnen met kinderen, alleenstaande vrouwen, niet-begeleide minderjarige vreemdelingen, holebi's en transgenders, mensen met een zware ziekte of met een handicap. Zeker voor hen is een aanpak op mensenmaat cruciaal." (Belga/EE)

Onze partners