Te weinig GOK-leerlingen stromen door naar ASO

12/04/12 om 13:11 - Bijgewerkt om 13:11

(Belga) Te weinig GOK-leerlingen stromen door naar het ASO. Dat wordt gestaafd door cijfers die Vlaams parlementslid Fatma Pehlivan (sp.a) heeft opgevraagd bij minister van Onderwijs Pascal Smet.

Sinds 2008 belandt elk jaar minstens 81 procent van de GOK-leerlingen bij de overgang van het lager naar het secundair onderwijs in de eerste graad A-stroom. Bij niet-GOK-leerlingen is dat ongeveer 96 procent. Nadien vinden de GOK-leerlingen bij de overstap naar de tweede graad echter moeilijk hun weg naar het ASO. Van degenen die in 2008 de overstap maakten naar het secundair onderwijs, zit in het huidige schooljaar meer dan 70 procent in het TSO of BSO. Dat cijfer ligt beduidend lager in Brussel, waar slechts 48 procent in het TSO of BSO belandt. Pehlivan pleit voor de integratie van een resultaatsverbintenis in het GOK-decreet. "Bepaalde scholen krijgen heel wat GOK-middelen. De impact van die bijkomende middelen moet meetbaar zijn", stelt het parlementslid. Het Gelijke Onderwijskansen-decreet bestaat sinds 2002 en wil kinderen uit kansarme milieus dezelfde optimale mogelijkheden bieden om te leren en zich te ontwikkelen. Daarvoor wordt een speciaal ondersteuningsaanbod voorzien. (MVL)

Onze partners