Syrische oppositie stelt plan op voor periode na val van Assad-regime

27/08/12 om 17:00 - Bijgewerkt om 17:00

(Belga) Leden van de Syrische oppositie hebben een rapport opgesteld waarin beschreven staat hoe de politieke overgang na de val van het regime-Assad moet verlopen. Daarbij wordt vooral een voorbeeld genomen aan de democratische transitie die andere landen al hebben doorgemaakt, zo blijkt uit het document dat door het Franse persbureau AFP kon worden ingekeken.

Het rapport met de naam "De dag erna: het ondersteunen van de democratische transitie in Syrië", beschrijft voor het eerst in detail hoe de machtsoverdracht moet verlopen. Het kwam tot stand na zes maanden van "intensieve discussies" tussen gewezen generaals, economische en juridische experts en vertegenwoordigers van alle etnische en religieuze groepen in Syrië. De inhoud van het rapport wordt dinsdag in Berlijn voorgesteld. De oppositie wil volgens het rapport vooral werk maken van de invoering van een rechtstaat en van een hervorming van de veiligheidsdiensten. Ook wordt er voorgesteld om een "onafhankelijk bijzonder strafhof" op te richten om de topfiguren uit het regime-Assad te berechten. Voorts vragen de opstellers van de tekst een "democratisch politiek systeem", om op termijn te kunnen komen tot de organisatie van "vrije en eerlijke verkiezingen". Volgens de deelnemers aan het project, een initiatief van het Amerikaans Instituut voor de Vrede (USIP) en de Duitse Stichting Wetenschap en Politiek (SWP), gaat het er in de eerste plaats om "het vertrouwen van de Syriërs in de staatsinstellingen te herstellen". Overigens is de Duitse regering onder vuur komen liggen vanwege de bijeenkomsten van de Syrische oppositie, die sinds januari in alle discretie in Berlijn plaatsvonden. Die Linke bekritiseert vooral de aanwezigheid van vertegenwoordigers van het Vrije Syrische Leger, dat verantwoordelijk wordt geacht voor tal van slachtoffers in Syrië. "De regering is noch verantwoordelijk voor de financiering, noch voor de keuze van de deelnemers", luidt het in een antwoord van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. (TIP)

Onze partners