Syrisch regime vindt lichamen Colvin en Ochlik in heroverd Baba Amr

02/03/12 om 01:02 - Bijgewerkt om 01:02

(Belga) Nu de Syrische autoriteiten de rebellenwijk Baba Amr in Homs heroverd hebben op de rebellen, hebben ze ook de lichamen gevonden van de Amerikaanse journaliste Marie Colvin en de Franse fotograaf Rémi Ochlik. Dat heeft het Syrische ministerie van Buitenlandse Zaken bekendgemaakt. Colvin en Ochlik kwamen vorige week om bij bombardementen op een geïmproviseerd perscentrum in de opstandige wijk.

"De bevoegde autoriteiten hebben vanochtend, om humanitaire redenen en na een grote inspanning, de lichamen van beide journalisten kunnen lokaliseren", citeert het officiële Syrische agentschap Sana bronnen binnen het ministerie. "Ze waren begraven in het gebied dat onder controle was van de gewapende terroristtische groepen in Baba Amr", luidt het. Er is echter sprake van drie lichamen. De "bron" van Sana verwijst naar de Spaanse journalist Javier Espinosa, maar volgens zijn krant El Mundo slaagde hij er eerder op de dag nog in veilig en wel Libanon te bereiken. De drie lichamen worden in eerste instantie overgebracht naar een wetsdokter in Damascus. Syrië vraagt aan de betrokken landen alvast DNA-stalen om hen te kunnen identificeren. Het land is bereid ze nadien - in aanwezigheid van het Internationale Rode Kruis en de Syrische Rode Halve Maan - aan de ambassade van Polen over te maken. Die behartigt de belangen van de VS, Frankrijk en Spanje. In het bericht van Sana betuigt het Syrische regime tot slot zijn medeleven aan de families van de slachtoffers. Om daar aan toe te voegen dat het "hoopt dat buitenlandse burgers zullen stoppen illegaal het Syrische grondgebied te betreden en naar gebieden te trekken waar gewapende terroristen actief zijn". (KNS)

Onze partners