Syrisch conflict wordt fanatieker, opstandelingen in Syrië steeds sterker

20/12/12 om 13:00 - Bijgewerkt om 13:00

(Belga) In Syrië worden de verschillende opstandige groeperingen volgens de Verenigde Naties steeds sterker. In strategisch belangrijke gebieden vechten ze tegen de regeringstroepen met als inzet de controle over kruispunten, luchthavens en olievelden. Het rapport van de door de VN-Mensenrechtenraad benoemde Onderzoekscommissie voor Syrië werd in Brussel gepresenteerd en gaat over de periode eind september tot midden december.

Een aantal antiregeringsgezinde groeperingen beschikken over zwaarder wapenmateriaal en zelfs over raketten, waarmee tanks en vliegtuigen kunnen bestreden worden. Enkele milities van de oppositie werken echter niet samen met het Vrije Syrische Leger (FSA), maar staan onder controle van islamisten. De groep VN-deskundigen staat onder leiding van de Braziliaanse diplomaat Paulo Pinheiro. Daartoe behoort ook de vroegere VN-hoofdaanklager Carla del Ponte (Zwi) van het Joegoslavië-tribunaal. De verschillende religieuze en etnische gemeenschappen hebben zichzelf bewapend uit zelfverdediging, terwijl anderen werden bewapend door de regering of door rebellen. Uit het onderzoek blijkt dat deze ontwikkeling buitenlandse strijders van het Midden-Oosten en Noord-Afrika heeft aangetrokken om te vechten tegen het regime van president Bashar al-Assad.De Syrische regeringstroepen focussen er zich op de controle over grootsteden zoals Damascus en Aleppo te behouden. In veel andere gebieden hebben ze luchtbombardementen uitgebreid, naar verluidt ook doelgericht tegen de burgerbevolking. Volgens het rapport worden door beide kampen nog steeds oorlogsmisdaden begaan. Zo zouden opstandelingen willekeurig gevangengenomen soldaten executeren. (DLA)

Onze partners