Sterftegraad longkankerpatiënten hoger in ziekenhuizen met weinig ingrepen

22/04/16 om 00:42 - Bijgewerkt om 00:42

Bron: Belga

(Belga) De sterftegraad na de operatie van een longkanker ligt hoger in ziekenhuizen waar jaarlijks minder dan tien van dergelijke ingrepen worden uitgevoerd. Dat blijkt uit een nieuw rapport van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE), waarin de behandeling van longkanker in België onder de loep werd genomen. Het KCE raadt dan ook aan om die ingrepen te centraliseren in ziekenhuizen met de nodige expertise.

Longkanker is in België de voornaamste oorzaak van kankersterfte bij mannen en de op een na voornaamste bij vrouwen. Ieder jaar wordt de diagnose meer dan 8.000 keer vastgesteld, vooral bij (voormalige) langdurige rokers. Slechts 10 tot 20 procent van de patiënten is na vijf jaar nog in leven. In zijn nieuw rapport ging het KCE onder meer het verband na tussen sterfte na een longkankeroperatie en het aantal door een ziekenhuis behandelde kankers. Uit de cijfers blijkt dat de sterftegraad in ziekenhuizen met minder dan tien operaties 6,4 procent is, terwijl die in ziekenhuizen met meer dan tien operaties 3 à 4 procent bedraagt. "De gegevens tonen aan dat de sterfte effectief hoger ligt bij ziekenhuizen die jaarlijks minder dan tien van dergelijke interventies uitvoeren. De helft van de Belgische ziekenhuizen blijkt die drempel echter niet te halen", luidt het. "Het KCE heeft vroeger reeds voor andere soorten kanker op dit probleem gewezen. Daarom blijft het onveranderd pleiten voor een grotere centralisatie van kankerbehandelingen." Daarnaast ontwikkelde het KCE op basis van gegevens uit 2010 en 2011 van het Kankerregister (Belgian Cancer Registry - BCR), 23 kwaliteitsindicatoren voor de diagnose en behandeling van longkanker. "De zorgkwaliteit is in de Belgische ziekenhuizen over het algemeen goed, maar er is toch nog vooruitgang mogelijk", blijkt daaruit. Het KCE stelde onder meer vast dat in Belgische ziekenhuizen de diagnostische fase, hoewel ze correct wordt uitgevoerd, soms te veel tijd kost: bij een op de drie patiënten zit er meer dan een maand tussen de pathologische diagnose en de start van de behandeling. Daarnaast vindt het KCE het jammer dat niet alle ziekenhuizen even "gemotiveerd" zijn in hun rapportage aan het BCR. "Een aantal van hen laat het na om essentiële informatie door te geven, zoals bijvoorbeeld die over het klinisch stadium van de tumor", luidt het. "Die data zijn nochtans onmisbaar voor de algemene opvolging van de zorgkwaliteit." (Belga)

Onze partners