Staat moet geen rechtsplegingsvergoeding betalen bij afgewezen nietigverklaring huwelijk

21/03/13 om 18:39 - Bijgewerkt om 18:39

(Belga) De Belgische Staat moet niet opdraaien voor de gerechtskosten van de tegenpartij wanneer het openbaar ministerie in het ongelijk wordt gesteld bij de nietigverklaring van een huwelijk. Dat blijkt uit een arrest van het Grondwettelijk Hof.

De rechtbank van eerste aanleg in Gent verwierp een vordering van de procureur des konings om een huwelijk te vernietigen. Volgens het Gerechtelijk Wetboek moet de verliezende partij dan een rechtplegingsvergoeding betalen. De rechtplegingsvergoeding is de forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. Maar omdat het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat er geen enkele rechtsplegingsvergoeding van de Staat kan geëist worden wanneer het openbaar ministerie een strafvordering instelt die eindigt met een buitenvervolgingstelling of een vrijspraak, vroeg de rechtbank in Gent aan het Hof of er geen sprake kon zijn van een mogelijke ongelijke behandeling. Een wet uit 2010 stuurt het betrokken artikel van het Gerechtelijk Wetboek nog wel bij, maar die wet is nog niet in werking getreden. Het Grondwettelijk Hof bevestigt dat er sprake is van een schending van de Grondwet, of tenminste het artikel vóór de inwerkingtreding van de wet van 21 februari 2010. (KAV)

Onze partners