Spoed trekt in weekend dubbel zoveel zieken aan als huisarts van wacht

10/02/12 om 11:18 - Bijgewerkt om 11:18

(Belga) Wie in het weekend - van vrijdagavond tot maandagochtend - medische zorgen nodig heeft, trekt nog altijd vaker naar de spoeddienst van een ziekenhuis dan naar de huisarts van wacht. Dat blijkt uit een onderzoek van de vakgroep Huisartsgeneeskunde van de Universiteit Antwerpen.

De vakgroep registreerde in het voorjaar van 2011 alle weekendconsultaties op de spoedafdeling van ZNA Jan Palfijn in Merksem en bij de huisarts. Terwijl zich in die twee maanden 764 patiënten aanboden bij de huisarts van wacht, kwamen er bij de spoeddienst 1.434 mensen over de vloer. Slechts 7 procent was doorverwezen door huisarts of specialist. Wie op eigen initiatief kwam, had doorgaans minder dringende klachten en werd minder vaak gehospitaliseerd. Ook volgens de huisartsen kon 15 procent van de door hen behandelde klachten net zo goed wachten tot na het weekend. Sinds juli is in de regio een centrale huisartsenwachtpost gevestigd, grenzend aan de ZNA-spoedafdeling. "Mogelijk kan dat het correcte gebruik van beide dienstverleningen bevorderen", stellen onderzoekers Hilde Philips en Jonathan Van Bergen. Of dat zo is, wordt binnenkort onderzocht. Uit het onderzoek bleek nog dat de spoed aanzienlijk meer mensen over de vloer kreeg die recht hebben op een verhoogde terugbetaling van medische kosten: 24,7 procent tegenover 17 procent bij de huisarts. "Het lijkt er dus sterk op dat die categorie meer dan gemiddeld een beroep doet op dringende medische hulpverlening en zeker meer naar de spoed trekt", concluderen de onderzoekers. (MUA)

Onze partners