Louis Ide (N-VA)
Louis Ide (N-VA)
Algemeen Secretaris van N-VA en arts.
Opinie

03/12/13 om 16:54 - Bijgewerkt om 16:54

SP.A pleegt schuldig verzuim in bescherming asbestslachtoffers

Louis Ide (N-VA) diende een wetsvoorstel in om asbestslachtoffers beter te beschermen. Dit keer zonder de steun van SP.A. 'Daar heb ik maar twee woorden voor: schuldig verzuim'

Vol goede moed en - waar ik nog steeds vanuit ga - dito bedoelingen, plaatste de commissie voor Sociale aangelegenheden van de Senaat vorig parlementair jaar het asbestdossier hoog op de politieke agenda. De trigger voor deze politieke aandacht waren twee wetsvoorstellen die ik samen met collega arts en voormalig senator Marleen Temmerman (SP.A) indiende.

Samen wensten wij een einde te maken aan de gerechtelijke immuniteit van de asbestindustrie. Het is namelijk zo dat als asbestslachtoffers het schamel bedrag van het asbestfonds in ontvangst nemen, dat ze niet meer naar de rechtbank mogen stappen. Onze gedeelde intentie bestond erin de rechten van de slachtoffers te verbeteren en de toenmalige vervuilers financieel (iets) meer verantwoordelijke te maken voor de aangerichte schade.

Week na week hebben experten uit binnen- en buitenland in verschillende hoorzittingen toelichting gegeven. Hoewel de nationale arbeidsraad en het kabinet van de minister van Werk Monica De Coninck (SP.A) erg op de rem gingen staan, waren alle politieke fracties het er na de hoorzittingen roerend over eens dat de huidige reglementering voor verbetering vatbaar was. Er werd besloten op basis van de voorliggende wetsvoorstellen (N-VA, SP.A, Groen en Ecolo) te streven naar een consensusvoorstel.

Helaas blijkt nu dat samen met het vertrek van collega Temmerman uit het parlement ook de intentie van de SP.A (en de andere regeringspartijen) om het asbestdossier ter harte te nemen compleet verdwenen is. Geen enkele meerderheidspartij reageerde op het consensusvoorstel dat ik voorlegde. Zélfs niet nadat we het luik over de financiële verantwoordelijkheid van de asbestindustrie hadden laten vallen met als doel om een doorbraak te forceren over de rechtstoegang voor de slachtoffers. Voor SP.A zijn niet de slachtoffers belangrijk, maar wel de vakbond en een zogezegd sociaal historisch akkoord uit een of andere achterkamer. Dat is het verschil tussen sociaal en socialistisch.

Gaan we opnieuw de kans laten liggen om op een fatsoenlijke wijze om te gaan met één van de grootste schandvlekken van onze industriële en politieke geschiedenis? Bij de regeringspartijen lijkt geen sprake te zijn van enig vooruitschrijdend inzicht, in tegendeel, het lijkt erop dat de gerechtelijke en financiële onschendbaarheid van de asbestindustrie alsook de inferieure positie van de slachtoffers bestendigd zullen worden.

Daarmee dreigt de politieke geschiedenis zich te herhalen. Eind 2006 voerde de toenmalige regering snel en zonder noemenswaardig maatschappelijk debat - via een programmawet - een regeling in. Het debat dat eerder in het parlement op gang was gekomen, werd daarmee gefnuikt. Waar de invoering van een asbestfonds in de parlementaire wetsvoorstellen nog uitdrukkelijk werd gemotiveerd door de verantwoordelijkheid van de overheid en van de asbestindustrie bij de totstandkoming van de asbestproblematiek, werd deze grondslag in de memorie van toelichting hij het wetsontwerp van de regering niet hernomen.

Deze huidige regeling is zonder meer bijzonder gunstig voor voormalige asbestbedrijven en hun aansprakelijkheidsverzekeraar. Daar waar ze op grond van de wetgeving i.v.m. beroepsziekten - via betaling van hun algemene bijdrage aan de regeling beroepsziekten - reeds verzekerd waren tegen aanspraken van voormalige werknemers, beschermt de exclusieve regeling via het asbestfonds hen ook - via betaling van een algemene bijdrage aan het asbestfonds - tegen aanspraken van alle mogelijke derden die een beroep doen op het fonds ter vergoeding van hun asbest gerelateerde personenschade. M.a.w., er was (en is) geen enkele meerkost met de overige werkgevers die in gelijke mate bijdrageplichtig zijn aan het Fonds voor beroepsziekten respectievelijk asbestschadeloosstellingsfonds.

De schrijnende gevolgen van het eens als wondermiddel geloofde product blijven nochtans voortdurend onder de aandacht dankzij verschillende gerechtelijke uitspraken. In eigen land werd Eternit door de Brusselse rechtbank van eerste aanleg veroordeeld om een schadevergoeding van 250.000 euro te betalen aan de erfgenamen van een omgevingsslachtoffer. In Italië werd dezelfde asbestproducent door het Hof van Beroep van Turijn veroordeeld tot het betalen vele tientallen miljoenen euro en werden de toenmalige verantwoordelijken veroordeeld tot gevangenisstraffen van 18 jaar. Telkens werd - op basis van verslagen van deskundigen - geoordeeld dat louter uit winstbejag glasheldere wetenschappelijke bewijzen opzij geschoven werden.

Gelet op de lange latentietijd van de asbest gerelateerde ziektes wordt in ons land het grootste deel van de schadegevallen verwacht in de periode van 2015 tot 2020. Voor deze mensen en hun familie mag een snelle forfaitaire vergoeding via een asbestfonds slechts de eerste stap zijn van een volwaardige compensatieregeling waarin enerzijds het slachtoffer gerespecteerd wordt in zijn basisrecht op toegang tot een rechter en anderzijds de vervuiler substantieel mee betaalt voor de aangerichte schade.

Hiervoor diende ik een opnieuw een wetsvoorstel in, zonder de steun dit keer van SP.A. Ik heb daar maar twee woorden voor: schuldig verzuim. Of om Bruno Tobback te parafraseren: "roken is goed voor de sociale zekerheid, asbest ook."

Onze partners