De (s)preekstoel van Knack.be
De (s)preekstoel van Knack.be
Knack.be maakt ruimte voor religie en levensbeschouwing
Opinie

15/09/17 om 08:00 - Bijgewerkt om 21:33

'Solidariteit kent geen grenzen'

'We zeggen dat de wereld ons dorp geworden is, maar het is niet evident om een hongerig kind in Afrika te beschouwen als medemens of dorpsgenoot', schrijft Rudy Liagre van Protestantse Solidariteit.

'Solidariteit kent geen grenzen'

© Håvard Bjelland/Kirkens Nødhjelp (Norwegian Church Aid)

De afgelopen maanden waren we getuige van diverse marsen voor solidariteit, in Barcelona, Manchester, Parijs, Berlijn, ja in alle steden die als gemeenschap getroffen werden door terreur. Een gemeenschappelijke vijand dreef mensen in elkaars armen om de angst te overwinnen. Samen zijn we sterk.

Op 14 augustus 1980 richtte Lech Walesa op de scheepswerven in Gdansk de eerste vakbond in Oost Europa op onder de veelzeggende naam Solidarnosc. Al vlug hadden 9,4 miljoen arbeiders zich verenigd om hun gemeenschappelijk belangen te verdedigen. Eendracht maakt macht.

In beide gevallen is sprake van een gemeenschappelijk doel en de behoefte aan elkaars steun en nabijheid. Je voelt letterlijk elkaars warmte en weet dat de macht van het getal in een mars of betoging telt.

Delen

'Solidariteit kent geen grenzen'

Anders is het gesteld met solidariteit op afstand. Het zien van lijden in ver afgelegen gebieden vertaalt zich vaak in medeleven of medelijden, zonder dat het samen optrekken en het verwoorden van een gemeenschappelijk streven haalbaar is. Natuurrampen, oorlogen of epidemieën vormen een dagelijks onderdeel van het wereldnieuws, dat we als ramptoeristen aan onze blijk zien voorbij gaan op het scherm. Het raakt ons even bij het zien, maar we prijzen ons gelukkig dat het zo ver van ons bed gebeurt en ons bespaard blijft.

We zeggen dat de wereld ons dorp geworden is, vanwege de vlotte communicatie, en de informatie over volkeren waarvan we enkele decennia geleden het bestaan niet vermoedden. Maar de implementatie dat we een hongerend kind in Afrika beschouwen als een medemens en dorpsgenoot, is zeker geen evidentie. Daarom zijn hulpacties in die regio's zo noodzakelijk om de solidariteit aan den lijve te ondervinden en het hongerende kind in de armen te nemen en te voeden.

Een Belgische NGO heeft daar een mooi woord voor: wereldsolidariteit. Een grenzeloze solidariteit waarin iedere burger wereldwijd betrokken is. De utopie dat die nationaal georganiseerd kan worden, is met Donald Trump vervlogen. Hij besteedt zijn budget liever aan defensie dan aan solidariteit in ontwikkelingssamenwerking met kansarme bevolkingsgroepen. En ook België hoeft zich niet op de borst te slaan. 'Het niet halen van de 0,7% norm als welvarend land heeft mij altijd gestoord. Uiteraard moeten we de armoede hier ook aanpakken maar de 0,7% staat dat absoluut niet in de weg: het is het minimum minimorum', zegt federaal volksvertegenwoordiger Els Van Hoof in Knack. Minister Alexander De Croo tilt daar niet zo zwaar aan, maar legt de nadruk op selectie van een beperkt aantal zinvolle projecten.

Bij die politieke discussie is de HIV-patiënt in Afrika, het hongerende kind of de verkrachte tienermoeder in Rwanda echter niet gebaat. Mensen in hun eigen omgeving moeten de middelen krijgen om hen te helpen. Zo ontstaat grenzeloze solidariteit, waar ook Protestantse Solidariteit zich naast andere NGO's nu al 40 jaar voor inzet. Die 40 jaar hebben voor de kansarmen, vooral in Afrika, al veel betekend. En wij gaan meer dan ooit verder op die weg, omdat wij geloven dat het onze plicht is als Christen en als mens.

Dr. Rudy Liagre zet zich in voor de ngo Protestantse Solidariteit.

Onze partners