Slachtoffers regime Habré "verdienen" dat hij terechtstaat

12/03/12 om 13:21 - Bijgewerkt om 13:21

(Belga) De slachtoffers van het regime van de voormalige president van Tsjaad, Hissène Habré, die in Senegal in ballingschap leeft, "verdienen" dat hij berecht wordt. Dat stelde België tijdens een zitting voor het Internationaal Hof van Justitie (ICJ). De zitting dient om een verzoek van België te onderzoeken. Ons land wil namelijk dat Senegal Habré vervolgt of uitlevert zodat hij door de Belgische justitie kan worden berecht.

"De slachtoffers die hem van misdaden beschuldigen, verdienen dat hij voor de rechter komt", verklaarde Paul Rietjens, de directeur-generaal Juridische Zaken van de FOD Buitenlandse Zaken, tijdens een zitting in het Vredespaleis in Den Haag, waar het ICJ zetelt. "Velen van hen werden gefolterd, onvoorstelbaar gefolterd", stelde de vertegenwoordiger van België. "Ik zal jullie de ondraaglijke details van die martelingen besparen", zei hij aan de rechters. Habré werd ten val gebracht door de huidige president van Tsjaad, Idriss Deby Itno. Die laatste was aanvankelijk een vertrouweling van Habré, maar verzette zich nadien tegen hem. Habré was acht jaar aan de macht. Sinds de man in 1990 werd afgezet, leeft hij in ballingschap in Dakar, in Senegal. België meent dat de weigering van Dakar om Habré te vervolgen of uit te leveren voor misdaden tegen de mensheid, "de algemene verplichting om misdaden tegen het internationaal humanitair recht te vervolgen, schendt". Brussel trok dan ook op 19 februari 2009 naar het ICJ met de vraag Senegal te verplichten Habré te berechten of uit te leveren. (MVL)

Onze partners