"Sinds november al meer dan 400 doden bij protesten van Oromo in Ethiopië"

16/06/16 om 03:38 - Bijgewerkt om 03:38

Bron: Belga

(Belga) Zwaar geweld van de veiligheidsdiensten bij grotendeels vreedzame betogingen van leden van de Oromo, de grootste bevolkingsgroep in Ethiopië, heeft sinds november vorig jaar al meer dan 400 doden geëist. Dat besluit de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) na meer dan 125 interviews met getuigen, slachtoffers en regeringsbronnen. Bij die betogingen zijn ook duizenden mensen gewond geraakt, tienduizenden zijn opgepakt en honderden, en waarschijnlijk meer, werden het slachtoffer van gedwongen verdwijningen. HRW pleit voor een onafhankelijk onderzoek, en vraagt ook een forsere repliek van de internationale gemeenschap.

"Sinds november al meer dan 400 doden bij protesten van Oromo in Ethiopië"

"Sinds november al meer dan 400 doden bij protesten van Oromo in Ethiopië" © BELGA

Aanleiding voor het protest was een beslissing van de autoriteiten in het stadje Ginchi, 80 km ten zuiden van hoofdstad Addis Abeba, om een bos en een voetbalveld plaats te laten ruimen voor een investeringsproject. De meeste Oromo, die met 40 pct de grootste Ethiopische bevolkingsgroep vormen, wonen in de centraal gelegen regio Oromia, die rond de hoofdstad ligt. Als gevolg van het protest in Ginchi, en de reactie van de veiligheidsdiensten, kwam het op zeker 400 andere plaatsen, in al de 17 zones van Oromia, tot acties. "Daarnaast speelden na verloop van tijd ook bredere economische, politieke en culturele grieven mee in het protest", aldus HRW. "Bij die betogingen schoten de veiligheidsdiensten volgens getuigen in het wilde weg in de menigtes", zegt HRW in het rapport "'Such a Brutal Crackdown': Killings and Arrests in Response to Ethiopia's Oromo Protests". "Betogers die werden opgepakt, werden gemarteld, en vrouwelijke gevangenen werden verkracht. Veel van de doden of gemartelden zijn minderjarigen, omdat ook leerlingen van lagere of secundaire scholen deelnamen aan de eerste protesten." Er werden ook leidende figuren uit de Oromo-gemeenschappen, zoals studenten, onderwijzers, muzikanten en oppositiepolitici opgepakt. "Velen zijn intussen vrijgelaten, maar een onbekend aantal blijft opgesloten zonder aanklacht en zonder toegang tot advocaat of familieleden", schrijft HRW. Het gaat om een ongezien optreden, menen vele geïnterviewden. Volgens de Ethiopische regering hebben de betogers banden met verboden oppositiepartijen - een tactiek die het regime wel vaker gebruikt om repressie te verantwoorden. De afgelopen jaren trad het regime al verschillende keren hard op tegen protesten in Oromia. HRW vraagt de Ethiopische regering onder meer een "geloofwaardig, onafhankelijk en transparant onderzoek" op te starten naar het gebruik van excessief geweld door de veiligheidsdiensten. Van de internationale gemeenschap vraagt de mensenrechtenorganisatie een "sterker, verenigd" antwoord. "Gezamenlijke internationale druk op de Ethiopische regering om een geloofwaardig en onafhankelijk onderzoek te steunen, is essentieel", besluit HRW. (Belga)

Onze partners