"Senegal moet Habré vervolgen of uitleveren"

20/07/12 om 16:58 - Bijgewerkt om 16:58

(Belga) Senegal moet zonder dralen zelf de voormalige Tsjadische president Hissène Habré vervolgen, of hem uitleveren. Dat oordeelde het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in Den Haag. Habré wordt beschuldigd van volkerenmoord onder zijn regime (1982-1990).

"Senegal moet Habré vervolgen of uitleveren"

België wendde zich op 19 februari 2009 tot het ICJ, ervan uitgaand dat de weigering van Dakar om Habré te vervolgen of uit te leveren wegens misdaden tegen de menselijkheid "de algemene verplichting schendt om misdaden tegen het internationale humanitaire recht te beteugelen". Peter Tomka, voorzitter van het ICJ, onderstreepte dat Senegal Habré enkel moet vervolgen voor de veronderstelde misdaden gepleegd nadat het VN-verdrag tegen foltering door Senegal bekrachtigd werd op 26 juni 1987. Artikel 7 van dat verdrag verduidelijkt dat een staat "onder wiens jurisdictie een vermoedelijke dader van een misdaad" ontdekt wordt, die laatste aan zijn bevoegde autoriteiten moet onderwerpen of moet uitleveren. Habré werd in 1990 na een rebellie afgezet door de huidige president van Tsjaad, Idriss Deby Itno, tot dan een vertrouweling van Habré. Hij was acht jaar president. Volgens een Tsjadische onderzoekscommissie maakte zijn regime meer dan 40.000 doden, onder wie politieke tegenstanders en enkele etnische groepen. Reed Brody, raadsman voor Human Rights Watch, zegt dat het oordeel een overwinning is voor de slachtoffers van Habré en een rechtvaardiging voor België, "dat de moed had de zaak van de slachtoffers voor het Internationaal Gerechtshof te brengen". "Aangezien 150 landen het verdrag tegen foltering bekrachtigden, is deze beslissing een krachtige oproep om de straffeloosheid van martelaars en tirannen te stoppen", luidt het nog in een mededeling. (DTM)

Onze partners