Schipdonkkanaal: 'Parlement rekent met natte jaren'

21/02/12 om 14:52 - Bijgewerkt om 14:52

Als het Schipdonkkanaal wordt verbreed tot een duwvaartkanaal, is er dan wel genoeg water om erdoor te stromen?

Schipdonkkanaal: 'Parlement rekent met natte jaren'

De verbreding van het Schipdonkkanaal tussen Zeebrugge en Nevele moet de haven van Zeebrugge beter bereikbaar maken voor binnenschepen uit heel Europa. Maar er is veel protest tegen. Een van de argumenten tegen het project is dat er eenvoudigweg niet genoeg water zou zijn om een breder kanaal te vullen.

Een nieuwe waterbalansstudie van het Scheldebekken, uitgevoerd door het Waterbouwkundig Laboratorium, spreekt dat tegen. Volgens die studie, onlangs voorgesteld in het Vlaams Parlement, zal een verbreding niet leiden tot meer overstromingen, zal het met de verzilting van de regio nog wel meevallen, en zal er vooral wél genoeg water zijn. De voorstanders van het project, vooral in de hoek van de Brugse CD&V en het havenbestuur van Zeebrugge, reageerden meteen opgelucht.

Ten onrechte, vindt waterdeskundige Paul Vansteelandt. Voor zijn pensionering was hij jarenlang hoofdingenieur-directeur van de dienst Water en Bodembeleid en afdelingshoofd van de afdeling Natuurlijke Rijkdommen en Energie. Hij volgt het dossier van het Schipdonkkanaal al jaren op de voet. Volgens Vansteelandt geeft de waterbalansstudie een verkeerd beeld van de situatie. 'Als je de studie goed bekijkt, zie je dat er gewerkt wordt met gegevens uit het natte jaar 2008. We kunnen ons de vraag stellen waarom de beloofde studie niet werkt met gegevens uit het droge jaar 2011.'

Ingenieur Vansteelandt vroeg zelf bij het Hydrologisch Informatiecentrum (HIC) de gegevens voor het jaar 2011 op, en voerde een soortgelijk onderzoek. Zijn conclusie is net het tegenovergestelde van de studie. 'In een droog jaar zien we nu wel degelijk al grote problemen bij andere kanalen en rivieren die gekoppeld zijn aan het Schipdonkkanaal. Zoals het kanaal Gent-Terneuzen. Door een bilateraal verdrag is ons land verplicht om een minimumhoeveelheid zoet water uit dat kanaal aan Nederland door te sluizen. Het water dient om zoveel mogelijk zout Scheldewater terug te dringen dat bij het schutten van schepen in het kanaal binnendringt. Als we de gegevens voor 2011 bekijken, zien we dat er in een onafgebroken periode van maar liefst zeven maanden niet aan die voorwaarde kon worden voldaan. Gewoon omdat er eenvoudigweg niet genoeg zoet water was.'

Eenzelfde verhaal voor de Zeeschelde, waar volgens internationale studies een minimumdebiet van 10 kubieke meter per seconde moet worden gehaald om geen ecologische schade te veroorzaken. 'In 2011 zaten we 170 dagen lang onder die limiet', legt waterdeskundige Vansteelandt uit. 'Ook in het kanaal Gent-Oostende zijn er vaak problemen. Met andere woorden: de totale behoefte aan zoet water, om het bestaande watersysteem rond Gent te voeden, wordt nu al niet gedekt.'

En dan is er bij het opstellen van de waterbalans nog niet eens rekening gehouden met een aantal op stapel staande werken, stelt Vansteelandt. 'Zoals de bouw van een tweede zeesluis in Terneuzen en Zeebrugge. Zowel in Frankrijk als in Wallonië zijn er ook nog waterinfrastructuurwerken gepland voor het Seine-Scheldeproject. Daarvoor is een massale hoeveelheid extra zoet water nodig. Bij droge momenten wordt nu al zeewater bijgepompt in het zoetwatersysteem, wat voor verzilting zorgt in de Brugse regio. Dat probleem kan dus alleen maar erger worden. En dat betekent een ramp voor de landbouw, de watervoorziening en het hele ecosysteem.' (CG)

Lees meer over:

Onze partners