Scherper kiezen in de gezondheidszorg

26/07/11 om 14:48 - Bijgewerkt om 14:48

Om de uitgaven voor de gezondheidszorg te beheersen kijkt het Rekenhof verder dan de jaarlijkse budgettaire groeinorm van 4,5 procent. Nog steeds wordt er niet echt beter op de kosten gelet, aldus de controle-instelling.

Scherper kiezen in de gezondheidszorg

© Imageglobe

In zijn onderhandelingsnota heeft formateur Elio Di Rupo (PS) voorgesteld om de jaarlijkse groeinorm van 4,5 procent voor de uitgaven in de ziekteverzekering tot 2015 terug te schroeven tot 2 procent. Maar als hij daarmee hoopt de uitgaven voor de gezondheidszorg beter onder controle te krijgen, leest Di Rupo beter ook een nieuwe audit van het Rekenhof over het 'Begroten en beheersen van de uitgaven voor geneeskundige verzorging'.

In 2006 hield het Rekenhof de opmaak van de begroting van de ziekteverzekering en de opvolging van de uitgaven al eens tegen het licht. Overheid, ziekenfondsen en zorgverstrekkers kregen er flink van langs. Vijf jaar later zijn de procedures ter zake verbeterd. Maar er wordt niet echt beter op de kosten gelet, ook omdat er geld in overvloed is. Het budget voor de ziekteverzekering steeg in de periode 2006-2011 van 18,4 naar 25,8 miljard euro.

Voor die forse toename is niet alleen de in 2005 ingevoerde groeinorm van 4,5 procent verantwoordelijk. Het Rekenhof stelt ook ernstige vragen bij de weinig doorzichtige indexering van het budget. Die heeft de middelen met in totaal 1,26 miljard euro opgedreven, terwijl niet te achterhalen is voor welke medische prestaties en tegemoetkomingen dat geld heeft gediend. Buiten de begrotingsdoelstelling worden dan ook nog eens andere uitgaven gedaan (bijna 89 miljoen euro dit jaar).

Uitholling
De groeinorm van 4,5 procent wordt niet toegepast op het financiële resultaat maar op de begroting van het voorbije jaar. Hij wordt ook niet beschouwd als een maximum, maar als een surplus dat een bestemming móét krijgen. Overschotten (in 2005 en 2006 bijvoorbeeld samen bijna 900 miljoen) hebben dan ook niet geleid tot een lagere norm, maar zijn sinds 2007 gestort in een 'Toekomst voor de vergrijzing' en overgeheveld naar andere takken van de sociale zekerheid (ruim 1 miljard dit jaar). Dat holt volgens het Rekenhof het nut van de groeinorm uit. Bovendien zet het geen rem op de toename van de overheidstussenkomst of alternatieve financiering (van 633 miljoen in 2008 tot 3,2 miljard in 2011).

Het Rekenhof erkent dat voor de ziekteverzekering zorgvuldiger begroot wordt. Maar als in een deelsector toch meer wordt uitgeven dan geraamd, zijn er nauwelijks of geen correctiemechanismen. Het Rekenhof is daarbij erg sceptisch over de boekhoudkundige boni (552 miljoen) die de ziekenfondsen hebben opgebouwd als stimuli voor hun bijdrage aan de beheersing van de uitgaven, terwijl ze geen verdienste hebben aan overschotten omdat nieuwe zorginitiatieven of een indexering worden uitgesteld of niet uitgevoerd. Het gevolg is wel dat ze 'in de komende tien jaar' geen eigen middelen of ledenbijdragen moeten aanspreken als er tekorten in de ziekteverzekering zouden ontstaan.

Het Rekenhof stelt twee scenario's voor, met en zonder een (lagere) groeinorm. In beide gevallen zijn in de ziekteverzekering scherpere en meer gedetailleerde uitgavenkeuzes noodzakelijk. (PAM)

Lees meer over:

Onze partners