Schepnetten maken binnenkort plaats voor dna-stalen bij onderzoek waterorganismen

16/02/12 om 10:39 - Bijgewerkt om 10:39

(Belga) Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) experimenteert met een techniek om op basis van DNA in waterstalen de aanwezigheid van waterorganismen vast te stellen. Dergelijk onderzoek gebeurt nu onder meer met visfuiken en netten.

Organismen laten DNA-sporen na via uitwerpselen of huidschilfers. Met behulp van geavanceerde DNA-analysetechnieken kan achterhaald worden van welke diersoort (vissen, amfibieën, insecten of zoogdieren) het DNA-materiaal afkomstig is. De website Natuurbericht.be verwijst naar een studie van Deense wetenschappers, die bewijzen dat de nieuwe technieken zeer accuraat zijn. Het INBO evalueert momenteel de bruikbaarheid van deze techniek om soorten als de kamsalamander en de stierkikker te detecteren. "Het gaat om soorten die beperkt voorkomen en waarvan we de verspreiding goed kennen", aldus onderzoeker Joachim Mergeay. "Momenteel testen we rigoureus of de methode op punt staat, daarna kunnen we het systeem uitbreiden voor andere soorten. Omdat de methode extreem gevoelig is, is het belangrijk om de waterstalen tijdens de analyses niet te besmetten met ander DNA. Dit vraagt rigoureuze controles en gespecialiseerde laboratoria. De techniek zal dus niet voor huis-, tuin- en keukengebruik zijn." Volgens Mergeay is het systeem minder arbeidsintensief, sneller en gevoeliger, wat bijvoorbeeld ook interessant is om schadelijke invasieve soorten op te sporen. Toch zullen de DNA-technieken gecombineerd worden met het traditionele vangstwerk. "Met genetisch onderzoek kunnen we bepalen welke soorten aanwezig zijn en of er dat veel of weinig zijn, maar kunnen we geen factoren als grootte, gewicht of gezondheid bepalen." (MVL)

Onze partners