Rekenhof scherp voor Vlaams beleid rond studentenmobiliteit via Erasmus

13/11/12 om 19:12 - Bijgewerkt om 19:12

(Belga) Het Rekenhof, dat het Vlaamse beleid rond studentenmobiliteit via het Europese uitwisselingsprogramma Erasmus onder de loep nam, is kritisch en ziet verschillende pijnpunten. Zo hekelt het Rekenhof dat de onderwijsminister het tegen eind 2010 beloofde actieplan nog niet klaar heeft, en dat universiteiten en hogescholen studenten te weinig stimuleren om aan Erasmus deel te nemen. Dat blijkt uit een publicatie van het Rekenhof.

Erasmus is een Europees programma voor studentenmobiliteit. Europa wil tegen 2020 dat 20 procent van de afgestudeerden een buitenlandse studie-ervaring heeft opgedaan. Vlaanderen formuleerde een eigen streefcijfer, namelijk 15 procent tegen het einde van het academiejaar 2015-2016. Maar het Rekenhof vreest dat Vlaanderen die doelstelling niet zal halen. In het academiejaar 2009-2010 ging slechts 10 procent van de Vlaamse afgestudeerden voor een tijdje naar het buitenland via Erasmus. Het Rekenhof vindt dat het budget dat Vlaanderen uittrekt voor de studententoelages, naast de Europese beschikbare middelen, "niet afgestemd is op de optimale toelage of het beoogde aantal deelnemers". Laattijdige beslissingen en wijzigingen in de toelagen laten universiteiten en hogescholen ook lange tijd in het ongewisse, wat uiteindelijk studenten, vooral de minder gegoede, demotiveert om deel te nemen aan Erasmus. Het Rekenhof is wel positief over de extra aandacht van de minister voor studenten met financiële drempels of een functiebeperking. Voorts oordeelt het Rekenhof dat er te veel naar kwantitatieve doelstellingen wordt gekeken. Zo screenen de onderwijsinstellingen te weinig de Erasmusmobiliteit, klinkt het. Maar ook hebben ze te weinig aandacht om eigen Erasmus-kwaliteitslabels te behalen, bedoeld om buitenlandse studenten te kunnen aantrekken. (MVL)

Onze partners