Radioactieve stoffelijke overschotten vormen "potentieel, maar controleerbaar, gevaar"

06/08/12 om 20:32 - Bijgewerkt om 20:32

(Belga) "Het overlijden van een patiënt die een behandeling kreeg op basis van radioactieve stoffen vormt niet automatisch een risico, maar kan het worden als de voorzorgsmaatregelen niet opgevolgd worden", aldus Karina De Beule, woordvoerster van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC). De huisartsen ontvingen de voorbije weken een wegwijzer die hen uitlegt hoe ze moeten handelen als zo'n patiënt overlijdt. De effecten van zo'n radioactieve behandeling kunnen namelijk enkele weken tot zelfs verschillende maanden aanhouden.

De wegwijzer moet huisartsen "toelaten de juiste handelingen te stellen en de nodige informatie aan nabestaanden te verschaffen als een patiënt overlijdt tijdens of kort na een medische behandeling waarbij radioactieve stoffen werden toegediend. Voor de nabestaanden komt het er vaak op neer dat zij niet te lang dicht bij het stoffelijk overschot mogen blijven, zoals dat dikwijls al bij leven van de patiënt tijdelijk het geval was." Almaar meer worden radioactieve principes aangewend voor behandelingen in de nucleaire geneeskunde en de radiotherapie. "Het gaat dan zowel om toepassingen onder vorm van radioactieve geneesmiddelen (radiofarmaca) als om het permanent implanteren van radioactieve bronnetjes, dit laatste vooral bij de behandeling van prostaatkanker", schrijft het agentschap in een persbericht. Uit een studie van het FANC blijkt dat om de twee dagen zo'n overlijden voorkomt. (DTM)

Onze partners