Raad van Europa besliste voorlopig nog niets over Artikel 195

12/03/12 om 15:54 - Bijgewerkt om 15:54

(Belga) De Belgische discussie over de wijziging van grondwetsartikel 195 hangt voorlopig in het ijle bij de Raad van Europa. Het Comité voor juridische zaken sprak zich maandag niet uit, maar adviseerde het Bureau van de Raad van Europa om het dossier door te schuiven naar de Venice Commission. Het lijkt echter weinig waarschijnlijk dat de grondwetsspecialisten in die commissie zich effectief zullen uitspreken over de kwestie.

Het was de N-VA die grondwetsartikel 195 heeft aangekaart bij de Raad van Europa. Het vorige parlement maakte dat voor herziening vatbaar, maar de Vlaams-nationalisten pikken het niet dat de federale regering het bewuste artikel enkel voor deze staatshervorming herschrijft. Naar aanleiding van de bijeenkomst van het Comité voor juridische zaken liet de N-VA maandag weten dat de zaak binnen de Raad van Europa is doorverwezen naar de Venice Commission. Maar zowel de PS als CD&V-Kamerlid Stefaan Vercamer - lid van dat comité - ontkennen dat de knoop al is doorgehakt. "Het comité heeft net gezegd dat het zich onmogelijk kan uitspreken over elk dossier dat een oppositiepartij uit een lidstaat aandraagt", aldus Vercamer. Het betrokken comité heeft het Bureau daarom geadviseerd de Venice Commission om advies te vragen, vervolgt hij. De eerstvolgende bijeenkomst van het Bureau is echter pas voor april, terwijl de Venice Commission pas in juni opnieuw samenkomt. Bovendien lijkt het weinig waarschijnlijk dat de Venice Commission zich ten gronde over de zaak zal uitspreken. "Dat is vooral een onafhankelijke denktank met experts die normen uitwerkt voor verkiezingen en andere elementen van het staatsrecht", verduidelijkt een Leuvense professor die liever niet bij naam genoemd wordt in dit "politieke dossier". Hij vermoedt alvast dat de Commissie zal besluiten dat ze niet is opgericht om zich over specifieke cases uit te spreken. Van een echte klachtenprocedure is al helemaal geen sprake, luidt het nog. (JDH)

Onze partners