Ludo Bekkers
Ludo Bekkers
Kunst- en fotografierecensent
Opinie

22/12/15 om 10:47 - Bijgewerkt om 10:46

'Power Flower: over de geschiedenis van het bloemstuk'

In het Rockoxhuis is een oogverblindende expositie te zien over een genre in de kunstgeschiedenis dat vooral in de 16e en 17e eeuw en vogue was, het bloemstuk.

Osias Beert, 1580-1624 , Bloemstuk in een nis

Osias Beert, 1580-1624 , Bloemstuk in een nis © GF

Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen heeft, van de nood een deugd makend tijdens de grondige verbouwing en renovatie periode, op een intelligente manier haar collectie niet helemaal begraven in de tijdelijke depots. Integendeel, Er werden continu werken uitgeleend aan instellingen in binnen- en buitenland en het museum richtte zelf kleinere tentoonstellingen in, o.m. samenwerkend met de provincie Antwerpen, met werken in een bepaald segment van de kunstgeschiedenis.

In coproductie met het Rockoxhuis is daar nu een oogverblindende expositie te zien over een genre in de kunstgeschiedenis dat vooral in de 16e en 17e eeuw en vogue was, het bloemstuk. Bloemenensembles werden ook wel vroeger door schilders uitgebeeld maar het waren dan vooral details in een ruimer geheel. Zo zien we bijvoorbeeld bij Hans Memling, in een Bijbels tafereel, meer dan eens een pot met bloemen in de compositie die dan meestal een symbolische betekenis heeft.

Nog vroeger werden de handschriften op perkament verlucht met randversieringen waar vaak florale motieven in te zien waren. Maar de eigenlijke doorbraak van het zelfstandige bloemstuk situeert zich dus in de 16e en 17e eeuw.

Dankzij de geneeskunde

Waarom dàn, kan men zich afvragen. De botanica had in het midden van de 16e eeuw aan belangstelling gewonnen omdat de geneeskunde onder druk stond om zich te "moderniseren" daarom legden de apothekers kruidentuinen aan met geneeskundige planten die ze betrokken van reizigers die elders in de wereld op expeditie waren geweest. Via hen is trouwens de tulp uit het Ottomaanse Rijk in de Nederlanden terecht gekomen en was dus aanvankelijk een uitheemse en kostbare plant die vooral in Nederland, via het scheuren van de bollen, een succesverhaal werd. Maar door die reizigers kwamen ook andere exotische bloemplanten naar hier die uitgezaaid of op een andere manier terecht kwamen in de siertuinen van de rijke patriciërs, zoals in Antwerpen burgemeester Rockox, Rubens of Plantijn. De rijkgeschakeerde variëteiten bekoorden de schilders meer om er bloemstillevens mee te realiseren dan de inheemse bloemen die maar weinig kleur en vormschoonheid te bieden hadden.

Het bloemstilleven kende al snel succes niet uitsluitend omdat het kleurrijk was en de donkere met leder behang bedekte muren van de salons letterlijk opfleurden maar ook omdat de vreemde bloemsoorten de fantasie van de bewoners stimuleerde in een eerder saaie omgeving. Anderzijds werden de bloemenschilderijen door vorsten, prinsen en ambassadeurs gebruikt als relatiegeschenk, bij bezoeken aan buitenlandse connecties. Echte bloemen verwelken al snel maar een schilderij of aquarel kon de eeuwen trotseren. Wat bewezen is op deze tentoonstelling. Zowel de vormgeving als de stijl evolueerden relatief snel. Aanvankelijk werden de bloemen in een aarden pot gepresenteerd in een opwaartse structuurvorm maar in een later stadium kiezen de kunstenaars voor een glazen vaas wat hen toelaat, via de lichtweerkaatsingen, hun kunde te onderlijnen. Ook de bloemschikking werd vrijer, wilder met een variëteit aan bloemen waardoor haast een vuurwerk van kleuren ontstond. Soms haalde de schilder een esthetisch grapje uit door, verdoken in het boeket een of ander insect te schilderen of, minder discreet, een vlinder, een slak of soms ook schelpen. Het zijn kleine details waarvan mag verondersteld worden dat de kunstenaar zich een binnenpretje permitteerde.

Verwelkte bloemen symbool voor teloorgang van het handdrukken

Het bloemstuk bleef niet beperkt tot een op zichzelf staand element want de virtuositeit waarmee o.m. Jan Breugel de Oude het genre beoefende trok de aandacht van andere kunstenaars zoals Rubens die afbeeldingen van de maagd Maria of heiligen met bloemen liet omkransen. Het was een surplus voor de devotionele betekenis.

Alhoewel de bloemstillevens na de 17e eeuw stilaan aan belangstelling verloren zijn er daarna altijd kunstschilders geweest die het genre hebben voortgezet. Bloemen zijn evenwel een thema geweest dat tot op vandaag wordt aangehouden zij het op een andere manier. Denk maar aan de Zonnebloemen van Vincent van Gogh en nog recent hebben we kunnen kennis maken met dezelfde bloemen in een indrukwekkend ensemble van de Duitse kunstenaar Anselm Kiefer, Die Buchstaben, dat in Antwerpen wordt geëxposeerd en waar de verwelkte bloemen symbool moeten staan voor de teloorgang van het handdrukken.

Tentoonstelling : "Power Flower, Bloemstillevens in de Nederlanden", Antwerpen Rockoxhuis, nog tot 28 maart 2016.

Anselm Kiefer, Die Buchstaben, Antwerpen, voormalig Raamtheater, de Vrièrestraat nog tot 31 januari 2016.

Lees meer over:

Onze partners