Pester moet zich niet verantwoorden voor onopzettelijke doding

19/12/12 om 15:56 - Bijgewerkt om 15:56

(Belga) De raadkamer van Brugge heeft een jonge Ruddervoordenaar naar de correctionele rechtbank doorverwezen voor laster en eerroof. De nabestaanden van Pieter S. (22) hadden gehoopt dat Dieter D.(27) zich ook voor onopzettelijke doding zou moeten verantwoorden. Volgens hen was het duidelijk dat Pieter zich van het leven beroofde door de aanhoudende pesterijen van D.

Ruddervoordenaar Pieter S. stapte in juli 2010 uit het leven. Hij zou de pesterijen van Dieter D. niet langer aangekund hebben. Die zou overal rondgebazuind hebben dat hij een kalf had gestolen. De avond voor de zelfdoding zou D. hem nogmaals uitgescholden hebben voor "kalverdief". Meester Vincent Vereecke, raadsman van de familie S., pleitte ervoor dat Dieter D. zich voor de strafrechter zou moeten verantwoorden voor laster en eerroof, en voor onopzettelijke doding. Hij vond dat er genoeg aanwijzingen waren voor een oorzakelijk verband tussen het pestgedrag en de wanhoopsdaad. De advocaat van Dieter D. meester Hugo Dekeyzer, wilde beide aanklachten van tafel vegen. Zijn cliënt zou volgens hem wel opmerkingen gegeven over het verdwenen kalf, maar ook niet meer dan dat. De raadkamer besliste woensdagochtend dat Dieter D. enkel doorverwezen wordt voor laster en eerroof. Daarmee volgt het de visie van het parket. Over enkele weken zal de Ruddervoordenaar voor de correctionele rechtbank van Brugge moeten verschijnen. (ANA)

Onze partners