Overleden Amerikaanse soldaten "misbehandeld" in lijkenhuis

09/11/11 om 01:07 - Bijgewerkt om 01:07

(Belga) Drie verantwoordelijken van het lijkenhuis van de luchtmachtbasis van Dover, in de oostelijke staat Delaware, zijn op de vingers getikt omdat ze de resten van Amerikaanse soldaten misbehandeld hebben. Dat heeft de Amerikaanse luchtmacht dinsdag meegedeeld. Er gingen onder meer lichaamsdelen verloren van soldaten die het leven lieten in Afghanistan, aldus Amerikaanse media.

De drie verantwoordelijken wordt onder meer verweten dat ze de procedures niet wijzigden, hoewel ze wisten dat er menselijke resten waren verloren gegaan. Dat gebeurde zeker drie keer, onder meer in april 2009 toen de enkel van een gedode soldaat niet in de zak zat waarin die zich moest bevinden. Bij een vierde incident werd de arm van een dode soldaat afgezaagd omdat de familie had gevraagd dat hij in uniform begraven zou worden. Door de explosie waarbij de soldaat omkwam, was zijn arm echter in een rechte hoek komen te liggen met het lichaam. Medewerkers van het lijkenhuis zagen geen andere oplossing dan de arm af te zagen om het lichaam in het uniform te krijgen en in de kist. De arm werd onderin de kist gelegd, zonder dat de familie geraadpleegd werd. De drie verantwoordelijken zijn niet ontslagen, omdat ze niet doelbewust handelden, zo zei de stafchef van de luchtmacht, generaal Norton Schwartz, tijdens een persconferentie. De terechtwijzing van de drie volgt na een intern onderzoek naar de periode 2008-2010, dat werd opgestart nadat drie medewerkers de wanpraktijken aan de kaak hadden gesteld. In het lijkenhuis van Dover Air Force Base passeerden sinds 2003 de lichamen van meer dan 6.300 soldaten die in Irak of Afghanistan werden gedood, alvorens ze werden vrijgegeven aan de families. (FUL)

Onze partners