Alexander Casier
Alexander Casier
'Politiek Secretaris LVSV Nationaal
Opinie

11/09/14 om 08:01 - Bijgewerkt om 08:01

Open VLD heeft meer te winnen en minder te verliezen dan N-VA en CD&V in de Zweedse coalitie

Het lijkt er sterk op dat de kleinste partner in deze federale coalitie, Open VLD, het meest te winnen en het minst te verliezen heeft, schrijft Alexander Casier, Politiek Secretaris van LVSV Nationaal.

Open VLD heeft meer te winnen en minder te verliezen dan N-VA en CD&V in de Zweedse coalitie

Wouter Beke (CD&V), Gwendolyn Rutten (Open VLD) en Bart De Wever (N-VA) © BELGA

Dat CD&V vriend en vijand verraste - al dan niet na een spelletje verkeerd afgelopen blufpoker - door de claim op het premierschap te laten vallen en ervoor koos om oud-voorzitter Marianne Thyssen Europees commissaris te maken, is een understatement. Dat de christendemocraten het hoogste ambt in de regering lieten liggen om inhoudelijke redenen, en op die manier op zoek kunnen gaan naar een linkse trofee voor de ACV-achterban, zal wel gedeeltelijk kloppen, maar is slechts één kant van het verhaal.

In de Wetstraat 89, het CD&V-hoofdkwartier, houdt men wellicht ook rekening met een quasi-wetmatigheid van de voorbije twintig jaar: de partij die de premier levert, verliest de volgende verkiezingen. Enige uitzondering op die regel was Open VLD (toen nog gewoon VLD) in 2003, maar dat hoeft niet echt te verbazen.

Na de zware inspanningen onder Jean-Luc Dehaene (CD&V) in de jaren '90, was het onder Paarsgroen meer dan ooit cadeautjestijd. De sanering die voorafging aan Verhofstadt I werd, zoals Trends-redacteur Alain Mouton schreef, in de eerste plaats gefinancierd door nieuwe inkomsten. Door de economische hoogconjunctuur die volgde tijdens de regeerperiode zonder christendemocraten, hadden de belastingen toen al gemakkelijk omlaag kunnen gaan. Voor Sinterklaas spelen en daardoor de overheidsuitgaven laten stijgen, bleek echter een betere reclame voor de paarsgroene partners, zeker met het oog op die verkiezingen van 2003. De CVP na veertig jaar in de oppositie duwen (waardoor de aanwezigheid van de PS in de regering noodzakelijk werd) was in 1999 ook een grotere trofee voor Guy Verhofstadt dan de mogelijkheid om een liberaal economisch programma uit te voeren.

Dat er in de komende vijf jaar weinig budgettaire ruimte zal zijn voor cadeautjes, is nog zo'n understatement. De keuze om het premierschap te laten vallen en voor een eurocommissariaat te gaan, is daarom zeker geen lichtzinnige beslissing van CD&V. Oud-voorzitter Thyssen krijgt op die manier een vrij redelijke portefeuille in de Europese Commissie, een politiek orgaan waar de doorsnee Vlaming/Belg/Europeaan weinig affiniteit mee heeft, en tegelijk vermijdt de partij dat een CD&V'er hét gezicht wordt van de zware besparingsoperatie die ons land te wachten staat.

Eindelijk een volwaardig economisch-rechts programma

N-VA wil het premierschap al helemaal niet, en hoewel Didier Reynders (MR) zonder twijfel graag eerste minister zou worden, lijkt zijn partij, naar de buitenwereld toe, niet laaiend enthousiast over het hoogste regeringsambt. Dan blijft nog de kleinste coalitiepartner over, en misschien zou het niet eens zo onzinnig zijn om het premierschap aan de Vlaamse liberalen te gunnen. Een aantal moeilijke maatregelen zal wellicht het eenvoudigst te verteren zijn voor de VLD-achterban. Meer zelfs, na vijftien jaar federaal regeren krijgt de partij misschien eindelijk de kans om een volwaardig economisch-rechts programma uit te voeren, een vooruitzicht dat de partijtop zowat euforisch moet stemmen. Voor MR, traditioneel iets linkser dan haar Vlaamse zusterpartij, en zeker voor de linkervleugel van CD&V wordt het verdedigen van het volgende regeerakkoord al een iets minder groot feest.

Bij de grootste coalitiepartner, N-VA, worstelt men dan weer met het dilemma dat er op korte termijn geen verdere, communautaire stappen kunnen worden gezet. Een onoverkomelijk obstakel voor regeringsdeelname zal het wellicht niet worden (het krediet van voorzitter Bart De Wever is zo groot dat hij om het even wat door zijn partijcongres krijgt), maar helemaal comfortabel kan het toch niet aanvoelen.

De reddingsboei, zonder oppositiekuur

Objectief bekeken lijkt Open VLD, als ze de premier zou leveren, eigenlijk de kleinste kans te hebben op een afstraffing bij de volgende verkiezingen. Electoraal zit de partij op een quasi-dieptepunt, maar nooit eerder hebben de Vlaamse liberalen de kans gehad om zo'n groot deel van hun economische programma uit te voeren als nu het geval zou kunnen zijn. Bovendien heeft de partij met Maggie De Block de meest populaire Vlaamse politica in haar rangen, die zelfs op heel wat sympathie kan rekenen aan de overkant van de taalgrens.

Zonder oppositiekuur (wat meestal nodig is om een partij een volledig nieuw elan te geven) zou deze coalitie wel eens dé reddingsboei kunnen zijn waar de politieke vleugel van de liberale beweging al enkele jaren van droomt. Als Open VLD in de Zweedse coalitie kan bewijzen dat ze van nature echt wel rechtser is op economisch vlak dan N-VA, lijkt het niet eens uitgesloten dat de partij een pak kiezers kan terugwinnen die na de Paarse jaren en na het debacle van Yves Leterme massaal zijn afgehaakt.

En als De Block dan nog premier wordt, zouden de media zich in de eerste maanden mogelijk meer focussen op het feit dat ons land eindelijk een vrouwelijke regeringsleider heeft, dan op de onpopulaire maatregelen die de Zweedse coalitie zal moeten nemen. Het lijkt er sterk op dat de kleinste partner in deze coalitie het meest te winnen en het minst te verliezen heeft.

Onze partners