Jean-Marie Dedecker (LDD)
Jean-Marie Dedecker (LDD)
Voorzitter van LDD
Opinie

14/02/16 om 08:17 - Bijgewerkt om 08:20

'Onze fiscale koterij is de neerslag van lobbywerk en achterkamerpolitiek die meer discrimineren dan herverdelen'

'Een boete is een belasting voor een fout. Een belasting is een boete voor succes', vindt Jean-Marie Dedecker. Hij houdt het Belgisch belastingssysteem tegen het licht.

'Onze fiscale koterij is de neerslag van lobbywerk en achterkamerpolitiek die meer discrimineren dan herverdelen'

© Thinkstock

Het is bijna wraakroepend. Minimum 36 multinationals sloten fiscale deals (excess profit rulings) met onze overheid waardoor we zo'n 1.15 miljard euro belastingen misliepen op hun winst van zo'n drie miljard euro. De kleinste kruidenier met een BVBA'tje moet daarentegen 33.99% van zijn winst aan de fiscus afstaan en riskeert nog een boete van 300% op het onkostenbonnetje dat door de controleurs verworpen wordt.

De discriminatie houdt niet op. Een kleine belegger die zijn centen op de beurs in risicovolle aandelen stopt dreigt nu ook nog een derde van zijn meerwaarde te verliezen aan een speculatietaks. Een pestbelasting die amper 26 miljoen euro per jaar opbrengt om het manna voor de grote bedrijven te compenseren. Multinationals delokaliseren met een vingerknip en plegen chantage met het adagio van tewerkstelling. Wie dit niet kan, zoals vele KMO's, betaalt het gelag. Onze fiscale koterij is de neerslag van lobbywerk en duistere achterkamerpolitiek dat eerder discrimineert dan herverdeelt. De fiscale lobbychantage creëerde een spinnenweb met vele draden. AB inbev kreeg bijvoorbeeld een verlaging van de Roerende Voorheffing op haar dividenden die naar het buitenland vloeien, terwijl Jan Modaal de R.V. op zijn couponnekes zag stijgen tot 27%. Ministers ontpoppen zich niet zelden tot hielenlikkers met een hoog louboutingehalte van het Groot Kapitaal, achteraf worden sommigen voor die dienstverlening bekroond met een lucratief zitje in een of andere Raad van Bestuur.

Delen

'Onze fiscale koterij is de neerslag van lobbywerk en achterkamerpolitiek die meer discrimineren dan herverdelen'

Het siert financiënminister Johan Van Overtveldt om met zijn rechterhand een vlaktaks van 20 tot 22% voor ondernemingen voor te stellen. De vlaktaks zorgt voor rechtszekerheid, heeft één uniform tarief en kapt het regelbos aan aftrekposten. Met de afschaffing van de subsidies aan bedrijven kan het zelfs een budget- neutrale ingreep worden en stopt het de fiscale concurrentievervalsing. Maar terwijl hij de flat tax afkondigde, stond Van Overtveldt met een fiscale cadeaucheque van 145 miljoen euro in zijn linkerhand op de stoep bij Audi in Vorst.

Als de linkerhand niet weet wat de rechterhand doet, voer je een politiek van oogverblinding en zelfbedrog. De tax shift was al een vestzak- broekzakoperatie, en de verlaging van de werkgeversbijdrage van 33 naar 25% was een goede maatregel om de lasten op arbeid te verminderen, maar had ook een grote graad van windowdressing. De reële bijdrage was immers 27 à 28% door allerhande kortingen en uitzonderingsmaatregels, en voor lagere inkomens lag het zelfs onder de 25%. Tevens ging de oude korting van één miljard euro in de bedrijfsvoorheffing ook verloren. Perceptie is dikwijls belangrijker dan realiteit in de politieke besluitvorming.

Nederland heft een vennootschapsbelasting van 20% tot een belastbaar bedrag van 200.000 euro. Daarboven is het 25%. Het polderland heeft een gigantisch handelsoverschot van 10.8%. Zelfs de socialistische heilstaat Zweden hanteert een tarief in de vennootschapsbelasting van 20%. De inkomensbelastingen zijn er maximum 50%, er is geen vermogensbelasting en er zijn geen belastingen op schenkingen en erfenissen! Het stikt er van de multinationals: Volvo, Atlas Copco, Electrolux, ABB, Ikea, Ericsson, Spotify, H&M, ... de overheidsschuld is er amper 41.5% en het overheidsbeslag 50.6% tegenover onze monsterscore van respectievelijk 106 en 54%.

Delen

'Buitenlandse investeerders houden geen rekening met de vele complexe interne fiscale bepalingen die er toe leiden dat reële belastingen vaak veel lager liggen. Ze willen duidelijkheid.'

Buitenlandse investeerders houden geen rekening met de vele complexe interne fiscale bepalingen die er toe leiden dat reële belastingen vaak veel lager liggen. Ze willen duidelijkheid. De economische competitie tussen de Europese landen zal in de toekomst nog heviger woekeren en de belastingtarieven blijven een primaire en prioritaire parameter om zich al of niet in een land te vestigen. Alle nieuwe Europese lidstaten uit Centraal- en Oost-Europa beconcurreren ons met de vlaktaks , zoals Tsjechië en Slowakije, maar ook de Zwitserse kantons. Estland hief zelfs geen vennootschapsbelasting op voorwaarde dat de gerealiseerde winsten opnieuw geïnvesteerd worden.

De economische groei in de landen met een flat tax was groter dan de gemiddelde groeivoet in de geïndustrialiseerde landen. Natuurlijk groeiden deze landen snel omdat ze bezig waren met een inhaalbeweging t.o.v. West-Europa, maar de landen in transitie mét een vlaktaks groeiden sneller dan de landen in transitie zonder vlaktaks. Na de recente crisis zetten de Ieren hun land terug op de economische landkaart met een vennootschapsbelasting van 12.50%.

In de wereld zijn er nu al 41 landen met een vlaktaks. Dat onze minister van Economie Kris Peeters een aversie heeft tegen de vlaktaks, heeft meer te maken met zijn gefrustreerde vakbondsstatus in het Zweedse kibbelkabinet dan met doordacht economisch beleid. Op elke politicus komt er sleet, als hij niet eerder ten onder gaat aan stommiteiten. Vraag is of je met Peeters nog een zinnige strategie kunt voeren of alleen de onzin kan beperken. Met Joëlle Milquet hadden we al een madame non, nu hebben we een mijnheer njet. In plaats van oppositie te voeren tegen zijn eigen regering zou de gewezen UNIZO-baas zijn hoofd beter boven de Moerdijk uitsteken, en eventjes brevieren door het programma van zijn Nederlandse zusterpartij, de CDA.

Delen

'De liberalen zijn enkel voor een vlaktaks als ze zelf niet aan de macht zijn.'

Daar pleiten zijn Christendemocratische vrienden al sedert het premierschap van Balkenende voor een vlaktaks. Ook in de personenbelasting, omdat het progressieve belastingstelsel met diverse aanslagvoeten de ongelijkheid bevordert en vooral omdat de vlaktaks honderdduizend nieuwe banen zou scheppen. Er wordt zelfs gegoocheld met diverse aanslagvoeten van 35 tot 15.6% door een roedel gerenommeerde economen zoals Gradus, Beetsma, Bovenberg, Caminada, Dijkgraaf , Goudswaard, Vording, Eijffinger...enz.

Econometrist Peter Heemeijer publiceerde in 2014 nog een rapport voor het economisch onderzoeksinstituut Quid Novi. Het rapport werd door het Nederlandse PvdA afgewezen omdat sommige effecten van de vlaktaks op de inkomens van de huishoudens uiteenliepen van + 5.1% voor de laagste inkomensgroep tot + 33% voor de hoogste. Alle inkomensgroepen gingen er op vooruit maar het socialistisch eenheidsdenken gunt het de proletariërs niet dat ze het beter krijgen omdat de één het wel eens iets meer kan krijgen dan de andere. Liever armoede in gelijkheid dan rijkdom in ongelijkheid. De liberalen daarentegen zijn enkel voor een vlaktaks als ze zelf niet aan de macht zijn.

Grootste Amerikaan versus Grootste Belg

Op 4 december 1974 wachtten twee mannen op hun lunch in een restaurant in Washington. Uit een toevallige ontmoeting werd een lumineus idee geboren. Professor Art Laffer kwam in gesprek met Dick Cheney die later, onder Bush, vicepresident van Amerika werd. De vraag die toen gesteld werd is nog steeds actueel: "Wat is het meest optimale belastingtarief om zoveel mogelijk inkomsten te genereren?" Op zijn servet tekende professor Laffer daarop een grafiek in de vorm van een klok. De servettheorie was geboren. Zijn hypothese was eenvoudig, de overheid krijgt geen inkomsten bij een belastingtarief van nul procent, en zou ook geen inkomsten krijgen bij een belastingtarief van 100 %. Omdat in het laatste geval niemand nog zou willen werken. Dus moest er ergens een gemiddeld tarief zijn, waarmee de inkomsten zouden kunnen worden gemaximaliseerd. Als men de belasting verhoogt boven dat kritieke punt dan gaan de inkomsten naar beneden. Voor sommige inkomstengroepen had de overheid een zone bereikt van continu verminderde inkomsten, zo redeneerde Laffer. Logisch en waar.

In 1986 voerde Ronald Reagan in de VS een grootschalige belastinghervorming door. Zowel in de personen- als de vennootschapsbelasting werden aftrekposten en uitzonderingen in belangrijke mate afgeschaft en werden de tarieven drastisch verlaagd en zelfs gehalveerd. Bij de belastingbetalers die de sterkste tariefdaling kenden was er nadien een duidelijke toename van het belastbaar inkomen en dus van de belastingbasis. De verlaging van de schenkingsrechten in Vlaanderen hebben dit ook bewezen. Reagan wordt door de Amerikanen vereerd als de grootste Amerikaan aller tijden. Bij ons is het Pater Damiaan, en in Wallonië is het Jacques Brel.

Minister Van Overtveldt zat een tijdje op de Chicago University bij professor Art Laffer. Hopelijk heeft hij niet gespijbeld.

Onze partners