Nu al voor helft van kinderen plaats in kinderopvang

03/06/13 om 06:38 - Bijgewerkt om 06:38

(Belga) Er is in Vlaanderen nu al voor de helft van de kinderen tussen 0 en 3 een plaats in de kinderopvang. Dat is bijna drie jaar sneller dan eerder was vooropgesteld. Dat zegt Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen in een antwoord op een vraag van Belga. De CD&V-minister weerlegt daarmee de kritiek van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) die had gezegd dat het aan het huidige tempo tot 2019 zou duren vooraleer het doel zou gehaald worden.

Tegen 2016 moest er voor de helft van de kinderen tussen 0 en 3 jaar een plaats zijn in de kinderopvang. Tegen 2020 is het doel een opvangplaats voor elk gezin met een behoefte aan kinderopvang. Die ambitie staat centraal in het kinderopvangdecreet van de Vlaamse regering dat in 2012 is goedgekeurd. Onlangs trok de Vereniging van Steden en Gemeenten aan de alarmbel. Om de vooropgestelde doelstelling tegen 2016 te halen moesten er nog 7.500 plaatsen komen. Aan het huidige tempo zou het nog tot 2019 duren vooraleer het doel zou gehaald worden. Maar volgens Vlaams minister Vandeuzen kloppen de VVSG-cijfers niet helemaal. Zo spreekt de VVSG van 81.544 plaatsen. Maar dat cijfer dateert van 30 juni 2012. Intussen staat de teller op 83.843 plaatsen. Bovendien houdt de VVSG volgens Vandeurzen geen rekening met de zogenaamde kindplaatsratio. Niet elk kind gebruikt namelijk een voltijdse plaats. Elke plaats wordt door gemiddeld 1,29 kinderen gebruikt. Als je die elementen bij mekaar optelt, is de conclusie volgens Vandeurzen dat Vlaanderen nu al de doelstelling haalt die het in 2016 moest halen, met name een plaats voor de helft van de kinderen tussen 0 en 3 jaar. Het blijft ook de ambitie om de doelstelling van 2020 - een plaats voor iedereen die het nodig heeft - gehaald wordt. (Belga)

Onze partners