Nieuwe Europese superraket Ariane-6 krijgt vorm

09/07/13 om 15:25 - Bijgewerkt om 15:25

(Belga) Het projectteam van het Europese Ruimtevaartbureau ESA heeft volgens voorzitter Jean-Yves Le Gall van het Franse ruimtevaartbureau CNES met een "ruime consensus" het concept van de industrie voor de opvolger van de Europese draagraket Ariane-5 goedgekeurd. De Ariane-6 moet Europa tegen een lagere kost autonome toegang tot de ruimte blijven garanderen.

ESA maakte dinsdag bekend dat de Ariane-6 een raket van de middenklasse zal worden, zowat naar analogie van de Russische Sojoez. De capaciteit bedraagt 3 tot 6,5 ton in een voorlopige geostationaire baan. De raket zal dus ten dienste staan van overheden en de commercie. De onderste trap zal vier identieke motoren omvatten, die voortbouwen op de P80 motor van de lichte Europese draagraket Vega. Het kwartet draait er elk 135 ton vaste poederbrandstof door. De bovenste trap zal één herontsteekbare Vinci-motor op vloeibare zuurstof en waterstof hebben. De neuskegel van 5,4 diameter zal eenzelfde volume satellieten kunnen omhullen als de Ariane-5. De Ariane-6 moet, met een eerste lancering in 2021-2022, vanaf het volgende decennium het nieuwe "werkpaard" van de Europese ruimtevaart worden. Het is echter nog niet zeker dat Europa wel degelijk de Ariane-6 zal bouwen. Zo wil Duitsland, een van de grootste geldschieters binnen de ESA, liever eerst de huidige Ariane-5 ontwikkelen naar een Ariane-5ME. Vooral Frankrijk wil een nieuwe draagraket die dan de eigen ruimtevaartindustrie ten goede moet komen. Een lancering van Ariane-6 moet volgens Le Gall dertig procent minder kosten dan Ariane-5 (100 miljoen euro voor een kunstmaan van zes ton). (Belga)

Onze partners