Niet-bindende ijkingsproef - "Geen concurrentie tussen hogeronderwijsinstellingen"

27/06/13 om 21:47 - Bijgewerkt om 21:47

(Belga) Zowel de Universiteit Antwerpen als de Karel de Grotehogeschool benadrukken donderdagavond dat een ijkingsproef slechts één element mag zijn in een breder oriëntatieproces. Volgens de universiteit moet het examen ook op Vlaams niveau georganiseerd worden, "om concurrentie te vermijden", zegt rector Alain Verschoren.

Het nieuws over de invoering van een ijkingsproef en het niet-bindende karakter wordt door beide instellingen positief onthaald. De proef moet in de eerste plaats wel onderdeel zijn van een intensieve begeleiding van secundair naar hoger onderwijs, klinkt het bij beide instellingen. "We hebben in Antwerpen eigenlijk al lang een aantal middelen waarmee leerlingen zich kunnen testen, zoals wiskundetesten. Tekorten kunnen achteraf weggewerkt worden met begeleidingscursussen", aldus Verschoren. "Belangrijk is wel dat een proef op het juiste niveau gebeurt, want ik herinner me nog wel dat soms ook specialisten in het vakgebied lang moesten nadenken." Volgens de rector kan een universiteit ook na de invoering van een proef met cursussen en begeleiding tekorten wegwerken. Verschoren benadrukt dat de toets absoluut op Vlaams niveau moet georganiseerd worden. "Anders loop je het risico op concurrentie tussen hogeronderwijsinstellingen. Hij benadrukt dat een ijkingsproef ook niet louter het reproduceren van kennis mag zijn. "Er moet ook plaats zijn om te zien of leerlingen bijvoorbeeld grote hoeveelheden informatie kunnen verwerken. Ook zaken zoals faalangst zouden gerust bekeken kunnen worden." Bij de Karel de Grotehogeschool sluit men zich bij die visie aan: "Het mag zeker niet gewoon een toets voor cognitieve vaardigheden zijn. Daar hebben we het secundair onderwijs al voor", stelt algemeen directeur Dirk Broos. (Belga)

Onze partners