Gert Jan Geling
Gert Jan Geling
Kernlid van denktank Liberales en publicist.
Opinie

08/04/18 om 16:26 - Bijgewerkt om 16:26

'Niet alleen populisme, maar ook liberale elite kan bedreiging vormen voor de democratie'

'Wat we in Europa nodig hebben is niet meer populisme, maar eerder een liberalisme dat bereid is van koers te veranderen. Een liberalisme dat bereid is om radicale democratisering weer tot haar kernpunt te maken', schrijft Gert Jan Geling van Liberales.

'Niet alleen populisme, maar ook liberale elite kan bedreiging vormen voor de democratie'

© Dino

De dreiging die het populisme vormt voor de liberale democratie is een onderwerp wat al ruim 15 jaar de politiek en het publieke debat domineert. Hierbij wordt er steevast een tegenstelling geschetst tussen kosmopolieten vs. nationalisten, liberalen vs. populisten, en de verdedigers van de liberale democratie vs. zij die deze liberale democratie wensen af te breken.

Ten dele is dit frame ook wel degelijk juist. Populisten wensen veelal het liberale element, dat wil zeggen, de rechten, vrijheden en checks and balances die een liberale democratie liberaal maken weg te nemen. Tegelijkertijd vertelt dit frame maar een kant van het verhaal. Het laat niet zien dat er ook nog een andere kant aan vast zit, namelijk de kant waarbij het de liberalen zijn die de liberale democratie eveneens kunnen bedreigen, namelijk wanneer zij aan het democratische element van de liberale democratie wensen te morrelen.

Delen

Niet alleen populisme, maar ook liberale elite kan bedreiging vormen voor de democratie

De tegenstelling tussen liberalen en populisten, tussen kosmopolieten en nationalisten, wordt door de Britse denker David Goodhart omschreven als de tegenstelling tussen 'Anywheres', en 'Somewhere's. Anywheres zijn volgens Goodhart diegene die onze samenleving domineren. Ze zijn geschoold en succesvol, en hebben daarmee achieved identities. Ze ontlenen hun identiteit aan datgene wat ze bereikt hebben. Ze zijn mobiel en kunnen gemakkelijk aarden op verschillende plaatsten in verschillende landen, veelal niet sterk gebonden aan een bepaalde stad, regio of land.

Somehweres zijn de tegenovergestelde categorie. Zij hebben volgens Goodhart zogeheten ascribed identities, een identiteit die ment ontleend aan waar men vandaan komt en tot welke groep men behoort. Snelle veranderingen in de maatschappij vallen daarmee deze groep rauw op hun dak. Niet alleen omdat ze er minder van profiteren, maar ook omdat het direct raakt aan hun identiteit, daar waar Anywheres makkelijk op de golven van de verandering meebewegen.

Onze samenlevingen worden bestuurd door Anywheres. Beleid wordt gemaakt op basis van hun wereldbeeld. Vooruitgang ziet er voor Anywheres echter heel anders uit dan voor Somewheres. En Somewheres kunnen zich niet alleen niet bepaald vinden in de inrichting van de samenleving door Anywheres, ze ondervinden er in veel gevallen ook nadeel van. De reactie van de grote groep van Somewheres die dan ook niet geprofiteerd hebben van economische en culturele openenheid uit zich dan ook in de opkomst van het populisme.

Besluitvorming

Als reactie op deze ontwikkeling zien we een andere ontwikkeling, namelijk de steeds negatievere opvattingen die onder Anywheres gaan leven over Somewheres en hun belangen. Demonisering van bepaalde groepen burgers is hierbij zeker niet ongewoon. En deze ontwikkeling gaat nog verder. Er zijn zelfs stemmen onder de Anywheres die van mening zijn dat eigenlijk alleen Anywheres mee zouden mogen denken en bepalen wanneer het gaat over besluitvorming. Sommigen gaan hierbij zelfs zo ver dat zij stellen dat een IQ-test een voorwaarde voor stemrecht zou moeten zijn.

Dit is echter een extreme onder liberale Anywheres. Maar wat inmiddels een meer mainstream ontwikkeling is geworden is het denken, en ook het ernaar handelen, over hoe besluitvorming vooral plaats kan vinden in kringen van Anywheres, ver weg van de invloed van somewheres. Ontwikkelingen die hierin passen zijn de afnemende steun voor referenda onder Anywheres, de technocratisering van sommige vraagstukken en het opschalen van besluitvormingsprocessen van nationaal naar Europees niveau.

Deze ontwikkelingen worden gedreven door wat de Amerikaanse Harvard-professor Yascha Mounk in zijn nieuwe boek The People vs. Democracy omschrijft als het ondemocratisch liberalisme. De bereidheid van de liberale elite om een groot deel van de bevolking uit te sluiten van het besluitvormingsproces. Juist omdat onder de Anywheres waaruit de liberale elite bestaat zulke sterke negatieve opvattingen leven omtrent de Somwheres en hun belangen, terwijl deze laatste groep toch de meerderheid vormt van alle Europese samenlevingen, zien we de tendens om deze groep steeds verder uit te sluiten van het besluitvormingsproces, en dit proces steeds meer in handen te leggen van de elite. Dit leidt op zijn beurt weer tot een verdere radicalisering van een deel van het electoraat, iets wat het populisme alleen maar in de hand werkt.

Delen

Wat we in Europa nodig hebben is niet meer populisme, maar eerder een liberalisme dat bereid is van koers te veranderen.

Populisten formuleren allerlei complottheorieën over deze ontwikkeling, die vaak ver bezijden de waarheid zijn, maar in de kern is het wijzen op het gevaar voor de democratie dat van het ondemocratisch liberalisme uitgaat wel degelijk terecht. Alleen maakt dat het populisme nog steeds geen goed alternatief voor het liberalisme. Wat we in Europa nodig hebben is niet meer populisme, maar eerder een liberalisme dat bereid is van koers te veranderen. Een liberalisme dat bereid is om radicale democratisering weer tot haar kernpunt te maken. Een liberalisme wat niet bang is om een balans te vinden tussen de belangen van Anywheres, en die van Somewheres. Een liberalisme wat beseft dat in een liberale democratie het democratische element net zo belangrijk is als het liberale.

Alleen wanneer de liberale elite zich er bewust van wordt dat niet alleen de populisten, maar ook zijzelf, een bedreiging kunnen vormen voor de liberale democratie kunnen we het tij van de afbraak van de liberale democratie keren. Liberalen zouden er goed aan doen om naast het actief bestrijden van populisten ook ondemocratische elementen in eigen kring te bestrijden.

Zij zouden zich er bewust moeten zijn van hun eigen privileges, en hun soms sterke arrogantie t.o.v. andersdenkenden en hun belangen. Zij zouden moeten beseffen dat vooruitgang nooit plaatsvindt in een lineaire lijn naar boven, maar altijd met ups en downs, en dat diegene die streven naar vooruitgang soms ook hun verlies moeten nemen, een stapje terug moeten doen, en zich moeten herpakken. Zien zij dit niet in en blijven zij het pad van het ondemocratisch liberalisme volgen dan vormen zij net zo goed een risico voor de liberale democratie als de populisten die zij wensen te bestrijden. En dat lijkt me iets allesbehalve wenselijk voor eenieder die zichzelf liberaal democraat noemt.

Onze partners