De (s)preekstoel van Knack.be
De (s)preekstoel van Knack.be
Knack.be maakt ruimte voor religie en levensbeschouwing
Opinie

06/04/17 om 07:27 - Bijgewerkt op 07/04/17 om 07:34

'Niet alleen de kloof tussen arm en rijk groeit, ook die tussen lichaam en geest'

'Hoe ontwikkeld is ons spiritueel IQ?' vraagt godsdienstleraar Ignace Demaerel (EAV) zich deze vastenperiode af.

'Niet alleen de kloof tussen arm en rijk groeit, ook die tussen lichaam en geest'

© istock

We leven deze weken in de vastentijd, waar we horen van enkele initiatieven rond versobering, zoals bijv. Tournée Minérale en Veertig Dagen Zonder Vlees. Maar al bij al blijft het een minderheid die het een ietsiepietsie soberder aan doet. Het idee van vasten roept voor alle mensen toch wel een hele fundamentele vraag op: hoe belangrijk zijn eten en drinken voor ons? Hoe materieel of materialistisch zijn we met zijn allen? We leven in een maatschappij die een rijkdom kent die ongezien is in de hele wereldgeschiedenis. Wat 20, 40, 60 jaar geleden een luxe was voor een select clubje rijken, is vandaag voor velen evident: stromend water, een badkamer, een telefoon, radio, tv, auto, afwasmachine, computer, GSM, internet, tablet... Toch zijn er grote delen van de wereld waar dat niet geldt. Hier vinden we dat intussen zo normáál dat we ons zelfs niet meer 'rijk' of bevoorrecht voélen. Er hangt volgens mij een algemene klaagcultuur in de lucht: zelfs als we dreigen enkele percenten van onze welvaart te moeten inleveren (omdat we volgens sommigen al decennia bóven onze stand leven) klagen we alsof ons leven ervan afhangt.

Delen

'Niet alleen de kloof tussen arm en rijk groeit, ook die tussen lichaam en geest'

Maar hoe rijk zijn we geestelijk? Tegelijk met de toename van onze welvaart, zien we ook een toename van psychische problemen, stress en burnout, prikkelbaarheid, relatie-armoede, leegte, uitbarstingen van zinloos geweld. Jongeren hebben nog nooit zoveel materiële vrijheid gehad, maar een grote groep jongeren heeft het moeilijk met het overaanbod aan prikkels. Ondanks onze materiële overvloed lijkt er een een algemene malaise of onbehagen over onze westerse cultuur te hangen. Alsof er een spreekwoordelijke olifant in de kamer staat, maar wie spreekt daarover?

Het is in deze tijd niet gemakkelijk om uit te leggen wat geestelijke armoede is. Wanneer iemand bijv. in schrijnende materiële armoede leeft, maar iedereen om hem heen is even miserabel, dan ervaart hij dat als normaal: hij heeft gewoon nooit anders geweten. Hetzelfde geldt wanneer een kind opgroeit in een milieu met grote emotionele armoede, zonder enige bevestiging of positieve bemoediging, zonder knuffels of tedere aanraking: het zal niet eens weten dat het anders kán. Nog sterker: het kind zal het soms zelfs niet kunnen verdragen wanneer iemand plots wél lief en teder is, het zal bevriezen bij een tedere aanraking, zijn stekels opzetten bij knuffels... Zo is het ook met geestelijke armoede: hoe weinig denken we aan de echt belangrijke dingen in het leven: de grote waaromvragen, zingeving, het doel van het leven, God, hiernamaals, laatste oordeel...?

Hoe ontwikkeld is ons spiritueel IQ? Je kan zo gemakkelijk voorthollen in deze jachtige tijd, altijd sneller, zoals een HST, maar wie stelt zich nog de vraag waarhéén de trein rijdt? Je kan dit zo normaal gaan vinden, maar je kan het ook verbijsterend vinden. Het gaat om het doél van alles wat we doen, en besteden daar nauwelijks 1%, 0,1%, 0,01% van onze levenstijd aan? Klopt dat eigenlijk wel? Wie praat er nog over zijn dromen, geloof en hoop met collega's, buren, familie? De meesten vinden dit vandaag een vréémd onderwerp, maar waarom? Velen lijken te aarzelen om hierover te beginnen, wat we hier zinvol over kunnen zeggen, wat te antwoorden wanneer iemand dieper doorvraagt. We voelen ons als een olifant in een porseleinkast. De traditionele geloofsbeleving gaat sterk achteruit, maar er dient zich geen institutioneel alternatief aan. De levensbeschouwelijke richtingloosheid maakt dat mensen dit allemaal zelf moeten uitzoeken: dit vreet veel energie, en maakt dat mensen gedesoriënteerd, onzeker en doodmoe zijn.

Onhandig wegkijken

Mensen voor wie geloof en God écht wel veel betekenen, vinden het ook heel moeilijk om hierover te praten: ze kunnen hun "ei" bij zeer weinigen kwijt. Veel mensen vermijden dit onderwerp liever, kijken wat onhandig weg, of beginnen over iets anders. Zoals vroeger praten over seks taboe was, zo is nu praten over geloof taboe. De behoefte aan een 'diepe, zinvolle babbel' lijkt soms versmoord. Er lijkt zeer weinig interesse te zijn in geestelijke zaken, zelfs een zeker angst ervoor: we blijven liever aan de oppervlakte en kiezen voor verdoving in 'de ondraaglijke lichtheid van het bestaan'. Onze geestelijke antennes roesten wegens niet-gebruik. Onze spirituele vocabulaire is onderontwikkeld en onbeholpen, en we worden geestelijke analfabeten. Onze lichamen zijn overvoed, maar wordt onze geest niet ondervoed?

Tegelijk horen we in de media vaak verhalen over fysieke prestaties, maar veel minder aandacht is er voor mensen die de héérlijkste, extatische, allesovertreffende ervaringen met God hebben? Hoe komt dit? Niet alleen de kloof tussen arm en rijk wordt groter, ook die tussen lichaam en geest.

Nochtans bestaan er genoeg verhalen in de wereld van mensen die materieel rijk waren, en alles weggaven om geestelijke rijkdom te vinden: Franciscus van Assisi, Albert Schweitzer, dr. Jan Vermeiren en talloze anderen wier namen nooit in de geschiedenisboeken zullen staan. Aardse rijkdom was voor hen een obstakel om hun ware zelf te ontdekken. Ze ontdekten Jezus' woorden: 'Jullie, kleingelovigen, vraag je dus niet bezorgd af: "Wat zullen we eten?" of: "Wat zullen we drinken?" of: "Waarmee zullen we ons kleden?" - dat zijn allemaal dingen die de heidenen najagen. Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben' (Mattheüs 6: 30-32). De allereerste christenen schonken ook hun bezittingen zomaar weg, zelfs huizen en akkers: dat was "gewoon" voor hen, want door hun nieuwgevonden grote geestelijke rijkdom waren ze niet meer krampachtig gehecht aan aardse zekerheden. Iederéén weet dat geld niet gelukkig maakt, maar in de praktijk zijn er weinigen die de sleutel vinden tot geestelijke rijkdom: de angst om materieel tekort te hebben houdt hun ogen naar beneden gericht. Mensen met grote innerlijke rijkdom zijn zij die een diepe schat aan geluk binnenin hebben, niet onderhevig aan inflatie of devaluatie. Ze stralen vrede uit die uit een andere, bovenaardse bron komt, en los staat van de crisissen van deze wereld. Iemand zoals moeder Teresa had dat zeker, maar duizenden 'nobele onbekende' anderen ook. Het lijkt alleen alsof ze altijd zeldzamer worden. Arme, rijke wereld.

Ignace Demaerel is godsdienstleraar en auteur.

Onze partners

Deze website maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te verbeteren. Door verder te surfen, stemt u in met ons cookie-beleid. Meer info