Nederland gebruikt minder dieren voor onderzoek

04/11/11 om 01:16 - Bijgewerkt om 01:16

(Belga) In Nederland werden vorig jaar 575.278 dieren gebruikt als proefdier, ruim 17.000 minder dan in 2009. Onder de proefdieren die in 2010 gebruikt zijn, waren 448 apen. Dat zijn er ruim 200 minder dan het jaar ervoor toen nog 655 apen gebruikt werden als proefdier. Dat blijkt uit Zodoende 2010, het jaaroverzicht van de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA) over dierproeven en proefdieren.

Het rapport maakt onderscheid tussen nieuwewereldapen (breedneusapen zoals marmosets), oudewereldapen (smalneusapen zoals de resusaap, beermakaak en java-aap) en mensapen. Die laatsten mogen sinds een aantal jaren niet meer gebruikt worden voor onderzoek in Nederland. In 2004 werden in Nederland voor het laatst dierproeven op mensapen uitgevoerd. Daarbij waren zes apen betrokken. In andere landen is het overigens nog wel toegestaan om mensapen te gebruiken voor onderzoek. In de Verenigde Staten gebeurt dat bijvoorbeeld met chimpansees. Van de apen die in 2010 gebruikt zijn voor onderzoek zijn er 224, precies de helft dus, gestorven of gedood tijdens of ter beëindiging van de proef. Dat kan bijvoorbeeld nodig zijn als ze geïnfecteerd zijn met een gevaarlijke ziekte en zo gevaar vormen voor andere apen, of als hun weefsels of hun organen nodig zijn voor onderzoek. De andere helft van de apen is na de proef in leven gelaten. Ze worden bijvoorbeeld hergebruikt voor onderzoek of worden ondergebracht bij Stichting Aap. Apen worden in Nederland gebruikt voor medisch en gedragsonderzoek. (JDE)

Onze partners