Freya Van den Bossche (SP.A)
Freya Van den Bossche (SP.A)
Vlaams parlementslid voor SP.A
Opinie

22/05/14 om 13:58 - Bijgewerkt om 14:35

'N-VA en haar statistiek van eenmalige waarnemingen: racisme is relatief, één profiteur niet'

N-VA heeft meestal aan uitzonderingen genoeg om een hele groep mensen als profiteurs weg te zetten, schrijft Freya Van den Bossche (SP.A). 'Maar als een vrouw die vier talen spreekt, haar hoofddoek afzet en toch nog enkel in Luik werk krijgt, dan is ze de uitzondering die de regel bevestigt.'

'N-VA en haar statistiek van eenmalige waarnemingen: racisme is relatief, één profiteur niet'

Freya Van den Bossche (SP.A) © BELGA

Het was een moeilijk moment voor Siegfried Bracke, toen hij in een debat in de Vooruit geconfronteerd werd met de getuigenis van een jonge vrouw. Jarenlang was ze werkloos geweest. Ze sprak nochtans vier talen - ook Nederlands -, ze had week na week sollicitatiebrieven verstuurd, zelfs haar hoofddoek afgenomen op sollicitatiegesprekken, in de overtuiging dat ze daardoor meer kans zou maken. Of zij het verdiende om ondanks al die inspanningen na twee jaar haar uitkering te verliezen?

Mijnheer Bracke had het even moeilijk. Hij sprak zijn bewondering uit voor de inspanningen van de vrouw, maar deed het uiteindelijk toch af als een uitzondering om het standpunt van N-VA te kunnen goedpraten: na twee jaar verliest een werkzoekende zijn uitkering, ook als je heel hard je best doet.

Het verbaasde mij een beetje, want de meeste partijgenoten van Bracke hebben aan een paar uitzonderingen meestal genoeg om een hele groep mensen als profiteurs weg te zetten en daarop een hardvochtig sociaal beleid te stoelen.

Neem bijvoorbeeld Jan Jambon, die mensen eerst hun huis wilde laten verkopen alvorens ze een leefloon zouden krijgen. In de gecorrigeerde versie werd dat: mensen met drie of vier huizen krijgen geen leefloon. Ik heb de cijfers eens opgevraagd: in mijn stad, Gent, zijn er geen leefloners met drie of vier huizen. Er zijn er zelfs maar twee op de honderd die één huis hebben. En toch, vond Jambon, moest het maar eens gedaan zijn met die leefloners met vier huizen.

Daarna was er Liesbeth Homans, die deed alsof het hele budget voor sociale leningen was weggekaapt door 'mondige studenten', die profiteren van de regel dat men bij de toekenning van een sociale lening naar het inkomen van de voorgaande jaren kijkt. Als pas afgestudeerde is dat inkomen nul, en kwam je (de regels zijn inmiddels aangepast) in aanmerking voor een sociale lening. Ik heb de cijfers eens opgevraagd. Vorig jaar zijn er 16 leningen toegekend aan mensen die het voorgaande jaar geen inkomen hadden. Dat kunnen studenten zijn, maar ook mensen die recent gescheiden zijn en tot voor kort een stap opzij hebben gezet voor hun partner. 16 op de 6.320, dat is 0,25 procent. Elk geval is er één te veel, dat is waar. Maar toch vond men het nodig om de indruk te wekken dat alle sociale leningen naar mensen gaan die ze niet nodig hebben.

Hetzelfde stramien deed zich voor in de discussie over werkzoekenden: volgens Bart De Wever heeft iedereen die een goed cv heeft, geen vijftig jaar is en toch geen werk vindt dat louter en alleen aan zichzelf te danken. Omdat er een paar rondlopen voor wie dat inderdaad opgaat. Idem met een geval (één, letterlijk) van een man die appartementen verhuurt en toch een sociale woning betrekt. En toch volstond dat voor Homans om alle sociale huurders te schofferen.

Wel, ik vind ook dat elk geval er één te veel is. Een vrouw die hard haar best doet om werk te vinden, die vier talen spreekt en uiteindelijk zelfs bereid is gevonden om elke dag van Oost-Vlaanderen naar Luik te pendelen toen ze enkel in Wallonië de kans kreeg om te werken, die verdient het niet om na twee jaar haar uitkering te verliezen. Voor veel mensen zijn er gewoon geen jobs, en als je geen Vlaamse naam hebt wordt het nog stukken moeilijker om er één te vinden. Dat tonen statistieken van Eurostat en wetenschappelijke studies ondubbelzinnig aan.

Ik weet dat dat soort cijfers niet altijd een overtuigend argument vormen voor N-VA, en dus gooi ik het even over een andere boeg. De hunne. Die van de statistiek van de eenmalige waarneming: Siegfried, we hebben haar samen ontmoet, die vrouw. Ze bestaat. Het is één geval, maar elk geval is er een teveel. Racisme is géén relatief begrip. En dus moeten we dringend wat doen aan die discriminatie op de arbeidsmarkt. Toch?

Onze partners