Koenraad Jonckheere
Koenraad Jonckheere
Assistent-professor in Noordelijke Barokkunst aan de Universiteit van Gent
Opinie

01/02/18 om 20:15 - Bijgewerkt om 20:15

'Moeten we na begrijpend lezen ook begrijpend leren kijken?'

Naar aanleiding van zijn college voor de Universiteit van Vlaanderen schrijft prof. dr. Koenraad Jonckheere over de hedendaagse explosie van beeldcommunicatie: 'Horen we onze scholieren niet te leren hoe een beeld werkt, wat het doet, hoe het is opgebouwd en wat er gebeurt als je ernaar kijkt?'

'Moeten we na begrijpend lezen ook begrijpend leren kijken?'

'In een democratie is het goed dat iedereen de democratische wapens meester is. Vroeger was dat het woord. De kans is groot, dat het in de heel nabije toekomst het beeld wordt.' © iStock

Als ik lesgeef laat ik weleens twee afbeeldingen zien. De voorpagina van de allereerste De Standaard uit 1918 en diezelfde krant vandaag. Het hoeft geen betoog dat er één en ander veranderd is. Waar honderd jaar geleden geen enkele afbeelding de cover sierde, wordt die nu gedomineerd door foto's. Het woord heeft plaatsgemaakt voor het beeld. Letterlijk.

'Moeten we na begrijpend lezen ook begrijpend leren kijken?'

© Michiel Hendryckx (CC BY-SA 3.0)

De radicale ommezwaai van tekst naar beeld voltrekt zich op dit moment aan een waanzinnig tempo. Gedreven door technologische innovaties is het beeld in de afgelopen decennia een volledig democratisch medium geworden dat door iedereen gebruikt, gedeeld en gemanipuleerd kan worden. Miljarden uploads worden razendsnel verspreid via sociale media. Facebook, Instagram, snapchat en andere apps drijven op beeldtaal, aangestuurd door algoritmes. Het woord is er naar de marge verbannen.

Dat het beeld sinds een tiental jaren zo'n centrale plaats is gaan innemen in onze communicatie mag niet verwonderen. Het westen heeft sinds de Oudheid een intense maar een getroebleerde relatie opgebouwd met beelden, maar sinds de Renaissance is er volop op ingezet. De enorme technologische bokkensprongen in de afgelopen twee eeuwen hebben ervoor gezorgd dat beelden een alom tegenwoordig consumptiegoed geworden zijn.

Nochtans was de productie van beelden lange tijd het privilege van kunstenaars die talent hadden en vele jaren opleiding hadden genoten vooraleer ze in staat waren om iets treffelijk op papier of doek te zetten. Het monopolie dat ze hadden op de productie van 'levensechte' beelden verschafte hen een unieke machtspositie. Door de fotografie, de film en vervolgens de digitalisering en sinds kort de volledige democratisering van het beeld is dat exclusieve karakter van beeldtaal verdwenen. Iedereen kan nu levensechte beelden produceren, delen en manipuleren en ze gebruiken als buitengewoon performant communicatiemiddel. Waar in de negentiende eeuw zoiets eenvoudig als een portret, veel talent veronderstelde, weken werk kostte en bijgevolg heel duur was, kan men sinds de komst van de smartphones eindeloos selfies maken, bijkleuren, aanpassen in fracties van seconden. In even zo korte tijd kan men ze miljoenen keren delen. De stroom aan visuele informatie is, met andere woorden, in één decennium ontiegelijk groot geworden.

Want dat is inderdaad het proces dat zich sinds ongeveer 10 à 15 jaar voltrekt. De communicatie over afstand, die zich vroeger bijna volledig via de geschreven taal voltrok, verloopt nu voornamelijk in beeldtaal via foto's en filmpjes, vaak gedeeld op sociale media. Waar je niet eens zo lang geleden brieven schreef, stuur je nu een foto door. Waar je niet eens zo lang geleden een krant las, bekijk je nu foto's voor je begint te lezen. Zonet nog stuurde mijn schoonzus een filmpje van haar zoontje van 1 die de namen van onze kindjes murmelde. Geen gesprek. Geen tekst. Beeld.

Het grote probleem van deze explosie van beeldcommunicatie zijn niet de lieflijke filmpjes of zelfs de extreme beelden. Die doen zoveel stof opwaaien dat ze ongevaarlijk worden. Het grote probleem is dat zelfs ogenschijnlijk eenvoudig beelden die 'uit het leven' gegrepen lijken, gekleurde verhalen vertellen waarbij men nauwelijks of niet beseft wat er gebeurt. Vele tientallen studies laten zien dat beelden die men niet eens bewust opmerkt een grote impact hebben onze onbewuste percepties en op ons gedrag. Neem kleur bijvoorbeeld. Wie stelt zich nu vragen bij de kleurechtheid van een foto? Wel, onderzoek wijst uit dat verschillen in kleurtonaliteit van de huid op foto's van Barak Obama de perceptie van zijn kwaliteiten als president danig beïnvloedden. Het lijstje van voorbeelden van de manier waarop zelf subtiele nuances in afbeeldingen onbewust impact hebben is eindeloos.

Delen

Moeten we na begrijpend lezen ook begrijpend leren kijken?

Nu het stof over de onderwijshervormingen een beetje is gaan liggen en de vraag of scholieren nu een uur extra Latijn of wiskunde nodig hebben niet meer zo brandend actueel is, is het misschien nuttig om in alle sereniteit eens na te denken over deze kwestie: horen we onze scholieren niet te onderwijzen in beeldtaal? Horen we hen, met het oog op de toekomst, niet te leren hoe een beeld werkt, wat het doet, hoe het is opgebouwd en wat er gebeurt als je ernaar kijkt? Natuurlijk moeten kinderen weten wat een algoritme is en wat de oorzaken waren van pakweg de Tweede Wereldoorlog. Natuurlijk moeten kinderen leren spellen en complexe teksten analyseren, maar het lijkt me op dit moment een evidentie om ook eens na te denken over de manier waarop we ze met die onbeheersbare hoeveelheid aan beelden zullen leren omgaan. Want, nu die radicale ommezwaai in communicatie zich aan een ongekende snelheid voltrekt, wordt het duidelijk dat er ons ook een aantal uitdagingen te wachten staan. Gesproken en geschreven talen worden al ruim 2500 jaar intens bestudeerd in disciplines zoals retorica, grammatica of meer recent semiotiek, semantiek en taalfilosofie. Maar de studie van het beeld als taal, is stiefmoederlijk behandeld. Dat er in verhouding zo weinig aandacht is geweest voor beeldtaal heeft te maken met het exclusieve karakter dat het eeuwenlang had, en met het feit dat het zo oneindig complex is. Maar laat dat geen excuus zijn. Of we willen of niet, we zullen moeten nadenken over manier om de grammatica, de semantiek en de semiotiek van beeldtaal in het onderwijs te incorporeren. Hadden de Grieken, bij het prille begin van de democratie in de eeuw van Pericles (5e eeuw v.Chr.) goed begrepen dat de gesproken taal in die nieuwe politieke constellatie een machtig wapen was geworden - met een intense studie van die taal tot gevolg - dan wordt het nu dringend tijd om beeldtaal - de taal van de toekomst - tot in de kleinste details te leren begrijpen, zodat we kinderen kunnen leren om die taal correct te lezen en te gebruiken. In een democratie is het goed dat iedereen de democratische wapens meester is. Vroeger was dat het woord. De kans is groot, dat het in de heel nabije toekomst het beeld wordt. Begrijpend lezen? Ik zou inzetten op begrijpend kijken.

Onze partners