Lies Corneillie (Groen)
Lies Corneillie (Groen)
Gemeenteraadslid voor Groen in Leuven en educatief medewerker bij Youca vzw
Opinie

20/01/16 om 15:05 - Bijgewerkt op 29/01/16 om 13:26

'Moeten typische indeling van steden in toeristisch, economisch en administratief centrum achter ons laten'

'Het is hoog tijd om de homogene bestemming van straten en pleinen achter ons laten', schrijft Lies Corneillie van Groen.

'Moeten typische indeling van steden in toeristisch, economisch en administratief centrum achter ons laten'

Grote Markt in Leuven © BELGA

De tijd van feestdagen en cadeautjes is nu al even voorbij. Een van de leukste cadeaus die ik kreeg was een doosje met waardebons voor een winkelnamiddagje in de Parijsstraat. Wie mij en Leuven een beetje kent, weet dat dit het perfecte cadeau is. De Parijsstraat is een gezellige autovrije straat met heel wat florerende handel en horeca. Een mooie klerenwinkel met een gepassioneerde uitbaatster (die altijd eerlijk haar gedacht zegt als je uit het pashokje komt), een goede koffiebar met vers gebrande koffie, twee getalenteerde juwelenontwerpsters en een goeie kroeg waar je me meestal na de gemeenteraad vindt om wat na te kaarten.

Maar de Parijsstraat is niet de enige plek in Leuven met dit type handelszaken. Er is ook nog de boekhandel waar je maar 3 karaktertrekken van een vriend moet opsommen en de uitbaatster tovert het perfecte cadeau voor hem uit de rekken. De ecodesing-winkel waar een ontwerpster van Afrikaanse stoffen trendy kledij maakt. De vishandel of kaaswinkel die de allerbeste producten afleveren. En ik kan nog even doorgaan...

Winkelen bij lokale handelaars

Winkelen bij deze lokale handelaars is dus een fijne tijdsbesteding: kwaliteit gegarandeerd, eerlijke informatie over de producten, alles is met de fiets of te voet bereikbaar en je krijgt er nog een leuke babbel of suggestie bovenop. Al komen tijdens zo'n babbels ook al eens zorgen aan bod. Dat deze zaken moeten opboksen tegen grote ketens, dat webshops de sperperiode voor solden aan hun laars lappen, dat klanten in de winkel kleedjes komen passen en advies vragen, maar dan thuis online tegen een lagere prijs hun aankopen doen, enzovoort.

Kwaliteit, creativiteit en klantgerichtheid zijn de troeven die deze handelaars met verve uitspelen, maar jammer genoeg volstaat dat vaak niet. Over de oneerlijke concurrentie met de webshops bijvoorbeeld, waarom zou de wetgeving rond de sperperiode wel voor fysieke winkels, maar niet voor webshops gelden? Tegelijk moeten we e-commerce niet steeds als concurrentie voor lokale handel zien. Welke positieve aspecten kunnen we bijvoorbeeld vertalen naar een stad?

Delen

We moeten typische indeling van steden in toeristisch, economisch en administratief centrum achter ons laten

In Leuven lanceerden we met Groen het idee van het winkelweb. Enerzijds biedt zo'n winkelweb een format voor een webshop aan, waardoor ook kleinere zaken zich op de online markt kunnen richten. Tegelijk voorziet het winkelweb een koeriersdienst die pakjes aan huis of andere afgesproken plek levert. Een fietskoerier is bijvoorbeeld in Leuven geen gek zicht meer, maar heeft nog veel meer potentieel. Het is dus ook perfect mogelijk dat je een hele dag rondwandelt in de stad en op het einde van de dag al je inkopen thuis, aan het station of aan de randparking laat leveren. Zo'n winkelweb maakt het shoppen een pak comfortabeler voor de klant en is een nieuwe troef voor de winkelier. Lokale winkels creëren zo ook een online aanbod, zonder hun adviesrol of kwaliteitsgarantie te verliezen.

Middeleeuws

Het zijn niet alleen handelaars die hun bezorgdheden uiten. Zo klonk in Leuven deze week een noodkreet van de vzw Oude Markt. De langste toog van het land houdt het blijkbaar niet lang meer uit. Sinds de stedelijke diensten en de Boerenbond uit het stadscentrum wegtrokken, zakt er een pak minder volk af naar de Oude Markt. De vzw stelt voor om het idee van horecaplein te verlaten en ook andere functies aan te trekken op de Oude Markt.

Misschien is het inderdaad tijd om de homogene bestemming van straten en pleinen achter ons laten. Het is wat middeleeuws, het idee dat je van elke straat of elk plein weet welke ambacht of stiel er ooit gevestigd was. Denk maar aan de steden met een Leerlooiersstraat, Vismarkt of Schoenmakerssteeg. Maar ook vandaag is de indeling in een toeristisch, economisch, recreatief en administratief centrum niet meer opportuun. Blaas leven in de steden door verschillende functies op een verrassende manier te mengen.

Heel wat steden kennen vandaag een probleem met leegstand in winkelstraten of centrale pleinen. Een stad kan deze panden (tijdelijk) huren en ter beschikking stellen aan al wie nood heeft aan ruimte: jonge makers en designers, startende ondernemers, kunstenaars, ... Vandaag zijn er heel wat initiatieven buiten de stad, zoals een FabLab (een werkplaats met onder andere 3D-printers en lasersnijders) dat in Leuven op een onzichtbare plek ligt. Verplaats dat FabLab van de ingenieurssite naar het centrum van de stad, creëer er ruimte voor diverse gebruikers, laat er bijvoorbeeld ook een repaircafé zich vestigen. Ook musea kunnen een ideaal onderdak bieden aan designers en kunstenaars: atelier- én tentoonstellingsruimte, twee vliegen in één klap.

Delen

Zorg ervoor dat ook jonge businesslui, ingenieursstudenten, de mode- en designscene meer visibiliteit en (professionele) ondersteuning krijgen in de steden en zich kunnen mengen met de bestaande handels- en horecazaken

Zorg ervoor dat ook jonge businesslui, ingenieursstudenten, de mode- en designscene meer visibiliteit en (professionele) ondersteuning krijgen in de steden en zich kunnen mengen met de bestaande handels- en horecazaken. Op die manier creëer je interessante netwerken van doeners, en maak je van de lokale en creatieve ondernemers een uithangbord in de stad. Een echte dynamiek en duurzame levendigheid ondersteun je door in dialoog te gaan met de doeners. En de stad gaat pas echt leven als zij voldoende ruimte krijgen om te ondernemen.

Onze partners