09/12/13 om 09:34 - Bijgewerkt op 10/12/13 om 09:38

Migratie, toen en nu: Landlopers

In de reeks Migratie, toen en nu komen jongeren tussen 15 en 30 met een migratieachtergrond aan het woord.

Naar aanleiding van 50 jaar Turkse en Marokkaanse migratie lanceert politiek filosoof en Brusselaar Bleri Lleshi samen met Knack.be de reeks Migratie, toen en nu. In deze reeks komen jongeren met een migratieachtergrond tussen 15 en 30 jaar aan het woord. Ze vertellen over het migratieverhaal van hun ouders of grootouders, maar ook wat dat verhaal vandaag voor hen betekent.

Landlopers

In mijn kinderlijke gedachten vormden zich prille beelden over de wereld. Mijn fantasie was gigantisch en mijn ogen dwaalden op zoek naar steeds bredere horizonten om af te speuren, te verkleuren tot azuurblauwe hemelen en asgrijze wolken. Waar mijn zicht zich gewonnen gaf, ging mijn verbeelding verder. Tot het einde van de wereld: een platte schijf met een rand, waaronder verterende vlammen de overmoedige mensen omringden. In dat gat wilde ik niet vallen. Het beeld beangstigde me, toch kon ik niet anders dan de uitdaging aan te gaan om in die werkelijkheid te geloven. Waar er een begin is, is een einde. De horizon die ik achter het spoor, waarover ik nooit een trein had zien razen, zag, was alles wat bestond.

Ik groeide en de wereld groeide met me mee. Als ik dacht sneller te groeien, voelde ik me heel klein. Een nietig wezentje dat gefascineerd werd door de aarde, eindigheid en de vorm van haar eigen schaduw. Ik was gefascineerd door bladeren die van de bomen vielen en onder mijn wispelturige ziel knarsten. Ik praatte niet of teveel. Ik zal nooit vergeten waar ik heb leren lezen. Roermond, 11 jaar geleden.

Blijkbaar was de aarde een bol, die ronddraaide, zonder einde, zonder begin, zonder houvast, op zichzelf, rond de zon, langs de maan, voor eeuwig, sinds heel lang. Dat werd me verteld.

Bij die vaststelling beginnen alle verhalen. Daar begint de zoektocht naar water, warmte, zijde, zilver of gouden geluk. Waar we nu zijn, waren anderen. En onze voorouders hebben dit nooit gezien. De mens is geboren in een vlucht. Waar de wereld stopt, stopt onze vlucht. Omdat de wereld niet stopt, zal onze vlucht vervloeien met oceanen en verstenen in gebergtes. Onze valiezen zijn volgepropt met sprookjes en legendes. Ook mijn voorouders droegen valiezen of knoopten hun mythes in ruwe doeken. Ze dwaalden tot ze zich in Marokko in slaap rolden. Waar moet ik beginnen? Waarover zou ik moeten vertellen? Mijn ouders en mijn grootouders wandelden steeds verder. Sommigen hun hele leven lang. Welk verhaal zal ik met u delen?

Mijn opa is een Berber. Zijn voorouders maakten het Atlas-gebergte tot hun huis. In haar echo zongen ze liederen en prevelden ze gebeden. Hun vrouwen droegen tatoeages. In de zomers weefden ze tapijten die duizenden winters zouden trotseren. In het Atlas-gebergte was iedereen gezond. Dat was hun wereld, totdat de Fransen Marokko binnenwandelden. Het dorp van opa, beschermd door hoge aarde, liep leeg. De jongemannen, gespierd en opgewonden van het avontuur, gingen bij het leger of naar andere steden. God weet wat met hen is gebeurd. Opa had de kans te werken in een Frans hotel dat bij zijn dorp geopend werd, maar toen betoverde Casablanca zijn ziel. De stad die uit de zee leek aangespoeld werd zijn thuis. Daar dronk hij thee. Hij werkte bij Simson, waardoor hij langs de theaters en de knusse cafés van Casablanca scheurde. Iedere keer op een andere motor. Hij ontmoette oma, een Arabische. Voortaan dronk hij haar thee. Casablanca, 60 jaar geleden

Mijn andere opa is een Arabier. Zijn voorouders hielden halt in West-Marokko, dichtbij de kust. Daar bouwden ze witte koepels voor hun gestorven meesters. Hun vrouwen droegen magie en een ijzingwekkende schoonheid. Later ging hij in Casablanca wonen. Daar vertelden vrienden verhalen over het goede leven voorbij de zee. Toen opa lang genoeg gedroomd had van de oversteek en zijn moed zijn vrees ietsiepietsie had weggedrukt, stapte hij in de trein. Richting Hollanda, het land van kaas. De eindhalte werd Roermond, Limburg. In Nederland sliep opa met zeven anderen in één kamer. Er hing één lampje aan het plafond. Om 22:00 ging het licht uit. Om 06:30 ging het licht aan. Opa heeft een stukje van Nederland gevormd: worsten, kaas, ijzer en aluminium. Voor 199 gulden per week. Dat was het geluk dat hij in stukjes sneed, als oud brood, en het grootste deel naar Casablanca stuurde, waar het zich vermengde met alle andere dirhams. Zondag was het rustdag. Op die zondagen ontstond onze familiegeschiedenis. Dan drukte opa de knop in van de cassetterecorder en sprak hij over zijn leven, ver weg van thuis. Zijn stem, zwaar door de woorden van zoektocht en gemis, vertelde, huilde, fluisterde, bad en beloofde dat oma weldra zou kunnen komen. Roermond, 46 jaar geleden.

'Wat is het moeilijkst aan migreren', vroeg ik opa.

'Alles.'

'Wanneer werd je voor het eerst gelukkig in Nederland?'

'Toen mijn kinderen kwamen.'

Mijn opa heeft niet het uiterlijk van een Marokkaan. Zijn blauwe ogen, blanke huid en het Limburgs dialect dat hij spreekt, geven mij de indruk dat hij een afstammeling is van een rondzwervende, Germaanse stam die eeuwen geleden naar het Zuiden trokken. De wereld eindigt niet, maar begint opnieuw. Ook onze vlucht draait tot in de eeuwigheid.

Ik schrijf met de gedachte dat ik nooit de perfectie van het lot kan evenaren. Wat geweest is, is voorbij. Wat ik nu vertel, is wat overbleef. Enkel dat dragen we mee. Deze geschiedenis is de Muze van mijn leven. Zij, mijn helden, hebben hun dromen uit elkaar gehaald, in stukken gehakt, in elkaar gefriemeld, gefrutseld en in de kachel gegooid om hun dagen aan te warmen. De geschiedenis heeft zich meermaals in mijn leven herhaald. Ik geloof niet meer in het einde van de wereld. Na iedere horizon komt een andere. Zonder van de wereld te vallen in verterende vlammen, kan ik reizen en me zetten waar ik wil.

Nu woon ik vijf jaar over de grens in een ander Limburg. We hadden niet echt een reden om te migreren. Soms is het meer een duw, waarvan je niet weet waar die vandaan komt. Dat ik in Marokko een 'toerist' ben en hier een 'buitenlander' blijf, irriteert me niet, zoals vele anderen beweren. Ik zweef tussen Noord en Zuid. Ik ben niet te definiëren in één woord. Dat is niemand. We zijn allen landlopers.

Migratie, toen en nu: Landlopers

Aya Sabi is 18 jaar oud.

Ben je tussen 15 en 30 jaar en heb je een migratieachtergrond? Mail je brief naar ovbrussels@gmail.com.

Onze partners