28/12/13 om 08:09 - Bijgewerkt om 08:09

Migratie toen en nu: brief aan mijn vader

In de reeks Migratie, toen en nu komen jongeren tussen 15 en 30 met een migratieachtergrond aan het woord.

Naar aanleiding van 50 jaar Turkse en Marokkaanse migratie lanceert politiek filosoof en Brusselaar Bleri Lleshi samen met Knack.be de reeks Migratie, toen en nu. In deze reeks vertellen jongeren met een migratieachtergrond tussen 15 en 30 jaar over het migratieverhaal van hun ouders of grootouders, maar ook wat dat verhaal vandaag voor hen betekent.


Onlangs kwam ik weer in ons centraal station. Magisch: de plek van komen en gaan. Soms hoef ik daar helemaal niet te zijn maar neem ik via de metrouitgang een kleine omweg om op het Astridplein uit te komen. Dan moet ik altijd een beetje aan jou denken. Dan sta ik weer op die grote roltrappen, passeer ik weer de vele mensen, hoor ik een chaotisch geroezemoes dat weergalmt in de grote hallen met marmeren zuilen. Dan ontmoet ik weer machtige taferelen en waan me als de dirigent in een orkest. Dan ben ik altijd weer een beetje jou.

Jij kwam hier 50 jaar geleden met een 'lbeliza' (la valise) vol dromen en een hoofd vol doelen. Het station zag er toen iets anders uit, maar was indrukwekkend genoeg om er even te blijven staan. Samen met je vrienden ging je nadien regelmatig iets drinken dichtbij 'La gare'. Zo omschreef je het station: steeds als een referentiepunt. Net of je wilde altijd nog een beetje terug. Altijd nog met één been in het nieuwe leven en één been richting station. Om die trein naar de luchthaven te pakken, om het vliegtuig te nemen richting geboortestad. Om steeds terug een beetje thuis te zijn. Die woorden Frans had je nog meegepikt van jouw tijd in de mijnen. Daar werd het basis-Frans aangeleerd om te kunnen functioneren in je werkomgeving. Het kwam later goed van pas om je te kunnen redden in Antwerpen. Veel mensen hadden nog een positief beeld over de migranten. Toen nog wel. Als jij jouw Frans bovenhaalde kon je contact leggen met iedereen. De buren boden spontaan meubels aan als die werden weggedaan, de kassiersters in de winkel groetten enthousiast als ze jou herkenden. Later vroeg ik jou, toen velen ons geen blik meer waardig gunden, of dat aan jou lag of aan de verzuring van de tijd. Was jij nog steeds 'l'étranger' of zagen zij in jou l'étranger? Nog steeds. De tijden veranderen, zei je, ik moest niet altijd achter alles iets zoeken. La vita è bella. En ook dat viel me op: als ouders leken jullie zich goed te distantiëren van zaken als uitsluiting, discriminatie en racisme. Ik herinner me nog dat ik kwaad werd als ik thuis daar iets over vertelde en jullie dit steeds nuanceerden. Ooit zei onze moeder 'zet je niet zo af tegen alles en iedereen, anders heb je niemand meer'. Toch blijf ik tot de dag van vandaag mijn woorden gebruiken om jullie stem te laten horen. Jij had niet de woordenschat die ik nu heb, jij had ook niet de tijd en de ruimte om je daarmee bezig te houden.

In jouw tijd proefden je opgroeiende kinderen ook van een andere 'thuis'. Zo onstond er de voeling met verschillende werelden. We voelden de drang ons te vermengen met de maatschappij. Theater, debatten, vrijwilligerswerk, alle soorten werk en studies. Van de Atlas tot in Antwerpen: niets was ons nog vreemd. Alles had een naam.

Zo ook de naam van verwarring. Verwarring kent vele gezichten. Naast de fascinatie waren er ook vele vragen. Soms te veel. Naast de kracht was er ook de onrust, de machteloosheid, de ongelijkheid en de instabiliteit. Als puber, vooral, schaamde ik me voor de complexiteit van mijn gezin. Elke keer als ik mezelf moest voorstellen in de klas zei ik liever niet dat ik drie broers en drie zussen had. Ik herinner me nog hoe ik in de lagere school aangesproken werd door de moeder van een klasgenoot. Ze vroeg me 'met hoeveel zijn jullie nu weer thuis?' of een klasgenoot 'hebben jullie geen hobby's zoals wij?'. Ik voelde me bekeken. La Gare ligt dichtbij de Zoo. Daartussen loopt de grens tussen interesse en ramptoerisme. Als jong meisje werd ik me te snel bewust van het verschil met mijn autochtone klasgenoten: wij waren met velen thuis en dat was niet zo 'normaal'.

Ik liet zo weinig mogelijk informatie horen als het over mijn achtergrond ging. De ouders van mijn klasgenoten waren dokter, leerkracht of zaten op hooggeplaatste functies. Ik kon enkel maar zeggen dat mijn moeder huisvrouw was en mijn vader gepensioneerd. 'Gepensioneerd?', werd er met open mond gevraagd. 'Ja, hij heeft vroeger in de mijnen en fabrieken gewerkt en mocht met vervroegd pensioen.' Dan zie ik de rare blikken die me tijdens de speeltijd meden. Wij hadden geen geld, dus moderne kleren of nieuw schoolgerief zat er niet in. Ik droeg de kleren van mijn zussen, of die van tweedehandswinkels. Schoolgerief was ook wat ik kon bijhouden doorheen de jaren of af en toe kon overnemen van een broer of zus. Toen heb ik geleerd om zorg te dragen voor mijn spullen en enorm dankbaar te zijn elke keer jij thuiskwam met een kledingstuk voor één van ons. Of het nu van een marktje, een tweedehandswinkel of van vrienden kwam: we voelden ons verwend. Of we probeerden ons dat in te beelden. Na mijn moeilijke puberjaren waarin ik er alles aan deed om mijn achtergrond te verwerpen, kwamen de jaren van trots en uniciteit. De voordelen van een migratieachtergrond, de poëzie van mijn roots.

Na elke stortbui klaart de hemel op. Dan bloeit er een regenboog terwijl de druppels langzaam langs de ruiten hun weg zoeken naar beneden. Ik zoek ook mijn weg naar beneden. In de natte aarde graaf ik, wroet ik en verzamel alle losse verhalen tot een gebundelde kracht. Die zet ik als bouwsteen in voor de toekomst die jij altijd voor ons voor ogen had.

Jij kwam hier als migrant, ik voel me ook een migrant. De eeuwige migrant die altijd onderweg is. Je gaf me dankbaarheid voor kleine dingen. Je hebt me zorg leren dragen voor alles om me heen: van de natuur tot de mens - er is geen geld voor verspilling. Je gaf me samenhorigheid, leerde me banden smeden en diepe vriendschappen creëren. Op zondag aten we samen uit één bord: de couscous van de mama. We doen dit nog steeds, nu zelfs nog meer, omdat we een vader in ons midden missen.

Ook de moeder: van dorpsmeisje recht uit de Atlas, tot zelfbewuste sterke vrouw die zeven kinderen de wereld heeft ingestuurd om de droom op een beter leven écht waar te maken. Zijzelf is nog niet helemaal thuis. Gemis kroop onder haar huid en heimwee wikkelde zich in stilte als een deken om haar heen. Ze durft nu eindelijk voor haar eigenwaarde op te komen. Ze laat zich niet doen op de bus wanneer ze van een stoel wordt weggekeken, maar maakt ook grapjes met de chauffeur. Ze vindt dat je een hoofddoek mag dragen achter het loket, maar een ambtenaar die weigert een vrouw de hand te schudden, moet een andere job zoeken. Dat dan ook wel.

Wij zijn van hier en van daar. Wij brengen hier naar daar en daar naar hier. Wij leggen verbinding. Wij eten samen.

Ik heb iets om uit te dragen, vader. Ik heb iets om je mee uit te dragen.

Ik schrijf ook jouw verhaal.

Amina Belorf

Amina Belorf

Amina Belorf © GF

Lees meer over:

Onze partners