'Migranten moeten aan het werk'

04/10/11 om 15:37 - Bijgewerkt om 15:37

Zonder een job mag een migrant geen verblijfsvergunning krijgen, vindt Ivan Sabbe van LDD.

'Migranten moeten aan het werk'

© ImageGlobe

Vlaams Parlementslid Ivan Sabbe (LDD) heeft zich op de federale en regionale aanpak van het migratiebeleid gestort. 'België blijft het land van melk en honing voor migratie', luidt zijn conclusie.

De door Sabbe geraadpleegde cijfers (onder meer van socioloog Jan Hertogen en het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding), liegen er volgens hem niet om. Meer dan 2,3 miljoen mensen in België (21,7 procent) hebben een allochtone achtergrond. Ruim 1 miljoen van hen komen van buiten de EU. Die cijfers zijn de voorbije tien jaar fors gestegen. Diverse migratiekanalen dragen daartoe bij: het vrije verkeer in de EU, buitenlandse studenten, asielzoekers en erkende vluchtelingen, regularisatie, gezinshereniging en arbeidsmigratie van mensen van buiten de EU.

Ons land werkt die immigratie volgens Sabbe mee in de hand. 'Zo drukt de wetgeving te weinig op het belang van een job om een verblijfsvergunning te krijgen of de Belgische nationaliteit te verwerven. De werkgelegenheidsgraad bij mensen met een vreemde nationaliteit is slechts 38 procent, en bijna een kwart van de niet-EU-burgers leeft in een gezin waar niemand werkt', aldus Sabbe. 'Migranten hebben na hun aankomst te snel recht op sociale steun. Internationale akkoorden over gezinsbijslag en werkloosheidsuitkeringen zijn daarbij een hulp. Gemeenten kunnen de echtheid van allerlei documenten niet controleren. Alleen in Vlaanderen moeten migranten inburgeren. Maar doen ze dat niet, dan is dat geen reden om een verblijf te weigeren.'

Nog volgens Sabbe zien veel asielzoekers hun aanvraag als een opstap naar regularisatie. Grootschalige regularisatiecampagnes trekken nieuwe mensen aan en het terugkeerbeleid is niet doelmatig (in 2010 waren er meer dan 30.000 bevelen om het grondgebied te verlaten, slechts 6680 keer met effectief gevolg). Ten slotte is er de bevoegdheidsversnippering: op federaal en Vlaams niveau telde Sabbe tien beleidsmensen die elk verantwoordelijk zijn voor een deel van het migratie- en asielbeleid. 'Eén minister volstaat', vindt hij.

Sabbe is niet bijster onder de indruk van de strengere regels voor gezinshereniging en asielopvang die federaal al beslist of in de maak zijn. 'België moet voor kandidaat-vluchtelingen zijn internationale verplichtingen blijven nakomen. Maar om hier te mogen verblijven, moeten migranten aan het werk en, zoals in Australië, hun gezin minstens twee jaar onderhouden vooraleer ze een sociale uitkering kunnen krijgen', aldus Sabbe. Zijn ervaring als ondernemer kleurt af op een plan met een tiental actiepunten. Zo koppelt hij een verblijfsvergunning aan taal- en integratievoorwaarden en aan de verplichting om aan het werk te gaan en te beschikken over kwalificaties en vaardigheden voor knelpuntvacatures op de arbeidsmarkt. Gezinsherenigers mogen evenmin afhangen van een uitkering, en asielzoekers moeten kunnen werken tijdens hun procedure. De toelating tot die procedure en de regels voor de eerste opvang van asielzoekers moeten volgens Sabbe strikter worden. En wie het bevel krijgt om het land te verlaten, dient dat - vrijwillig of gedwongen - ook effectief te doen.

Patrick Martens

Lees meer over:

Onze partners