Meeste directeurs basisonderwijs hebben geen tijd voor evaluatie leraars

21/03/12 om 07:51 - Bijgewerkt om 07:51

(Belga) Zeven op de tien directeurs basisonderwijs hebben nog geen enkel evaluatiegesprek gevoerd. Een slag in het water, zegt de koepel van het stedelijk en gemeentelijk onderwijs. "Geen tijd, te veel papierwerk, te veel andere taken", zegt een directrice in De Standaard.

In 2008, vier jaar geleden, werd er een decreet van kracht dat functionerings- en evaluatiegesprekken oplegde in het onderwijs. De koepel van het stedelijk en gemeentelijk onderwijs (OVSG) wilde weten hoe het gesteld is met de toepassing daarvan. Vier jaar is precies de termijn waarbinnen er een evaluatie van de vastbenoemde leerkrachten moet gebeuren. Uit een rondvraag van het OVSG blijkt dat 71 procent van de directeurs basisonderwijs die antwoordden, aangaf geen enkel evaluatiegesprek gevoerd te hebben. Slechts 8 procent had al zo'n gesprek met meer dan de helft van zijn ploeg. In het middelbaar is het iets beter. Daar zegt 53 procent nog nooit een evaluatiegesprek gevoerd te hebben. In het deeltijds kunstonderwijs is de situatie vergelijkbaar met het basisonderwijs. De redenen die de directies aangeven: het slorpt te veel tijd op, ze hebben andere prioriteiten, kreunen onder te hoge administratieve last. "Directies middelbaar moeten gemiddeld veertig tot vijftig mensen evalueren, dat is gewoon onmogelijk als je het ernstig wilt doen", zegt Patriek Deblaere, algemeen directeur van het OVSG. Zo'n evaluatie is niet vrijblijvend. Als iemand tweemaal na elkaar of drie keer in de loopbaan een slecht rapport krijgt, riskeert hij ontslag. Er is een sanctie na een negatieve evaluatie. Maar er is geen beloning bij een positieve. (MVL)

Onze partners