Meer dan derde Vlaamse OCMW's heeft geen deontologische code

02/07/12 om 11:46 - Bijgewerkt om 11:46

(Belga) Vijfendertig procent van de Vlaamse OCMW's beschikt niet over een deontologische code, terwijl dat al jaren verplicht is. Bovendien heeft tachtig procent evenmin een integriteitsplan. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Antwerpen (UA). Nochtans kunnen beide instrumenten van pas komen. De overgrote meerderheid van de OCMW's wordt volgens de studie immers geconfronteerd met integriteitsschendingen.

Studenten van de faculteit politieke en sociale wetenschappen van de UA nemen het integriteitsbeleid binnen de Vlaamse OCMW's onder de loep. Aan het onderzoek verleenden 98 OCMW's hun medewerking. Daaruit blijkt dat 79,6 procent van hen niet over een integriteitsplan beschikt. Bij de grote OCMW's, met meer dan 200 voltijdse personeelsleden, heeft een op de drie zo'n plan. Van de OCMW's zonder plan, heeft 73,9 procent geen plannen om er een uit te werken. Als verklaring voor het lage cijfer wijst professor Frankie Schram op het ontbreken van een decretale verplichting, maar mogelijk ook op het verkeerd inschatten van het belang van een dergelijk plan. Van de 98 deelnemende OCMW's beschikken er slechts 57 over een deontologische code voor het personeel. Nochtans is zo'n code verplicht sinds oktober 2008. "In ongeveer de helft van de OCMW's met code wordt deze naar eigen zeggen niet of nauwelijks actief gebruikt", licht Schram toe. "De verplichting tot het hebben van een code die elk OCMW vrij kan invullen, wordt niet gezien als een mogelijkheid om aan de eigen organisatiecultuur te werken." Heel wat OCMW's kampen met integriteitsschendingen. Fraude, pesterijen en belangenconflicten spannen daarbij de kroon. Een deontologische code en een integriteitsplan zouden soelaas kunnen bieden, aldus Schram. In de meeste gevallen worden meldingen ook aangepakt, al zegt 31 procent van de respondenten dat klachten over of meldingen van integriteitsschendingen niet worden geregistreerd. (LOD)

Onze partners