Margaret Thatcher (13 oktober 1925- + 8 april 2013)

08/04/13 om 15:24 - Bijgewerkt om 15:24

(Belga) "Iron Lady" Margaret Thatcher was zonder twijfel een van Engelands opmerkelijkste en controversieelste politieke figuren uit de twintigste eeuw. Ze was de eerste vrouw die aan het hoofd van een westerse regering kwam te staan, en ze hield het daar bovendien drie ambtstermijnen lang vol (1979-1990). Op 8 april 2013 overleed ze aan een beroerte.

Margaret Thatcher werd op dinsdag 13 oktober 1925 geboren in Grantham (in het oosten van Engeland) als Margaret Hilda Roberts. In 1943 ging ze chemie studeren in Somerville College in Oxford en in 1947 studeerde ze daar af. Maar de studie chemie was voor Thatcher slechts bijzaak. Want voor haarzelf was het toen al duidelijk dat ze in de politiek zou belanden. Thatcher was in die periode voorzitter van de conservatieve studentenvereniging van Oxford en in die functie legde ze al snel contacten met de belangrijkste personen binnen de conservatieve partij. Bij de algemene verkiezingen van 1950 en 1951 was 'Maggie' de jongste kandidate van het land. Het lukte haar toen niet om de zetel binnen te halen in Dartford, een traditioneel socialistisch district. Ze slaagde er wel in om de Labour-meerderheid in de regio fel terug te dringen. Thatcher ging daarop rechten studeren en werd advocaat. De politiek verdween zelfs even van het voorplan, want zowel in '52 als '55 nam ze niet deel aan de verkiezingen. Intussen was Margaret al getrouwd met Denis Thatcher, die ze in Dartford ontmoette. Het paar huwde in 1951 en kreeg twee kinderen. Ze zouden samenblijven tot aan de dood van Denis, in juni 2003. In 1959 was Thatcher weer verkiesbaar. Ze kwam op in Finchley, in het noorden van Londen, en raakte verkozen in het Lagerhuis. Thatcher zou het district Finchley blijven vertegenwoordigen tot in 1992. Want toen werd ze tot barones benoemd en verhuisde ze naar het Hogerhuis. Toen de conservatieven in 1964 naar de oppositiebanken verwezen werden, ontpopte Thatcher zich tot een van de sterkhouders van haar partij en maakte ze deel uit van het schaduwkabinet. In 1970 vormden de conservatieven weer de meerderheid en Thatcher kwam in de regering-Heath terecht: ze werd minister van Onderwijs en Wetenschappen. Ze had het niet altijd even makkelijk op deze positie: studentenprotesten behoorden toen tot de orde van de dag en ook de pers stond zeer kritisch tegenover haar beleid. De regering slaagde er niet in de verwachtingen in te lossen en daardoor kwam Labour in 1974 opnieuw aan de macht. Na die verkiezingsnederlaag besloot Thatcher een gooi te doen naar het leiderschap binnen haar partij. Ze daagde ex-premier Edward Heath uit en slaagde er tot ieders verbazing in om die strijd te winnen. Het was de eerste keer dat een vrouw het tot leider van een Europese partij schopte. Bij de volgende verkiezingen deed ze zelfs nog beter: Labour werd afgestraft en de conservatieven belandden weer in de meerderheid. Thatcher werd op 4 maart 1979 ingehuldigd als premier van Groot-Brittannië. Thatcher voerde als premier een erg neoliberale koers, in een poging om de slabakkende Britse economie weer op het rechte pad te krijgen. De directe belastingen (vooral voor de hogere inkomens) werden sterk verlaagd, maar om de inkomsten in evenwicht te houden, werden de indirecte belastingen verhoogd. In plaats van een economische heropleving, leidde dit tot een massale werkloosheid: op het einde van haar eerste legislatuur telde het Verenigd Koninkrijk meer dan drie miljoen werklozen. De regering werd hiervoor verantwoordelijk gesteld. Een tweede ambtstermijn leek er dan ook niet in te zitten voor Thatcher, die ondanks alle kritiek toch koppig bleef vasthouden aan haar ideeën. Maar er volgde een plotse ommekeer toen de Argentijnse dictator Leopoldo Galtieri de Britse Falklandeilanden binnenviel. Daarop verklaarde Thatcher de oorlog aan Argentinië. Het Verenigd Koninkrijk wist de eilandengroep relatief eenvoudig te heroveren in juni 1982. Deze succesvol verlopen oorlog beïnvloedde in grote mate de verkiezingen van 1983, die overtuigend door de Tories gewonnen werden. Tijdens haar tweede ambtstermijn begon Thatcher met de sluiting van de verlieslatende steenkoolmijnen. De staking die op dit voornemen volgde was een van de langste uit de Britse geschiedenis. Maar Thatcher boog niet en na een jaar lang staken moesten de vakbonden inbinden: de steenkoolmijnen werden gesloten. Thatcher overleefde in deze periode ook nog een aanslag op haar leven. Een bom van het Iers Republikeins Leger (IRA) in het Grand Hotel in Brighton doodde wel vijf van haar naaste medewerkers. Maar de Iron Lady bleef ongedeerd. De Ierse onafhankelijkheidsstrijders viseerden Thatcher omdat zij, meer nog dan de andere Britse leiders uit de geschiedenis, pleitte voor een strenge aanpak van het IRA. Bovendien weigerde ze elke vorm van dialoog. Intussen leidde de conjunctuur weer tot een heropleving van de Britse economie. Thatcher voerde haar politiek van liberalisering steeds verder door. Dat extreem-liberale beleid, dat steeds meer overgenomen werd door andere landen, werd 'Thatcherisme' gedoopt. En ook op internationaal vlak maakte Thatcher naam. Zo kon ze het uitstekend vinden met haar Amerikaanse collega Ronald Reagan en bereikte ze een akkoord met China over het statuut van de toenmalige Britse kroonkolonie Hongkong. En tijdens de Europese onderhandelingen in Fontainebleau (1984) wist ze, onder het motto "I want my money back", een korting te bekomen op de Britse bijdragen aan de EEG. In '87 werd Thatcher opnieuw met een duidelijke meerderheid tot eerste minister verkozen. Maar haar derde ambtstermijn eindigde in mineur, na discussies over de Community Charge (beter gekend als Poll Tax), een belasting waarbij iedereen een zelfde bedrag moest betalen. Miljoenen tegenstanders protesteerden tegen deze "asociale" belasting en de populariteit van Thatcher zakte pijlsnel naar beneden. Verschillende conservatieven begonnen te vrezen dat Thatcher hen nooit opnieuw naar de overwinning zou kunnen leiden. Bovendien bestond er binnen de partij grote verdeeldheid over het Europees beleid van Thatcher. Michael Heseltine maakt van die onvrede gebruik om Thatcher uit te dagen voor het leiderschap van de partij. De verkiezing die daarop volgde werd op 20 november 1990 gewonnen door de nog steeds door het media-imperium van Rupert Murdoch gesteunde Thatcher. Maar haar voorsprong bleek onvoldoende, waardoor er volgens de statuten van de partij een nieuwe stemronde nodig was. Maar zover kwam het niet. Twee dagen later kondigde Thatcher aan dat ze in de tweede ronde niet meer zou opkomen en een stap opzij zou zetten. De verkiezing die daarop volgde, werd gewonnen door John Major. Hij volgde Thatcher op als partijleider en als premier van Groot-Brittannië. Na haar carrière schreef Thatcher twee boeken over haar politieke loopbaan ('The Downing Street Years' en 'The Path to Power'). Verder gaf ze over de hele wereld lezingen, maar daar moest ze in maart 2002 mee stoppen, nadat ze verschillende beroertes had gehad. Na het overlijden van haar echtgenoot in 2003 bracht ze hem een emotioneel eerbetoon. Ze noemde hem haar "steen". Op 7 december 2005 moest Thatcher een nacht in het ziekenhuis doorbrengen, nadat ze zich onwel voelde. Naar aanleiding van deze gebeurtenis raakt bekend dat het korte-termijngeheugen van de Iron Lady er snel op achteruit ging. Ze bleef wel in het openbaar verschijnen. In 2007 onthulde ze haar eigen brozen standbeeld in het House of Commons, als eerste nog in leven zijnde voormalige premier. In 2008 meldde haar dochter Carol dat Thatcher aan dementie leed, wat haar kortetermijngeheugen aantastte. In de jaren daarop werd ze nog regelmatig in het ziekenhuis opgenomen, en was ze nog maar zelden in het openbaar te zien. (Belga)

Onze partners