Ludo Bekkers
Ludo Bekkers
Kunst- en fotografierecensent
Opinie

19/02/16 om 18:16 - Bijgewerkt om 18:12

'Luc Tuymans haalt abstracte kunstenaars van onder het stof'

Luc Tuymans heeft op vraag van het Londense kunstcentrum Parasol Unit een tentoonstelling samengesteld met uitsluitend Belgische beoefenaars van de abstracte kunst.

'Luc Tuymans haalt abstracte kunstenaars van onder het stof'

Philippe Van Snick, 10 dagen 10 nachten, 1985. © M HKA

De jongste tijd is Luc Tuymans, behalve succesvol schilder, ook af en toe bedrijvig als tentoonstellingsmaker of curator. Wat niet hetzelfde betekent, want curator is in het Nederlands 'beheerder' en slaat derhalve op een museale functie wat niet hetzelfde is als tentoonstellingsmaker. Maar goed, 'curator' klinkt nu eenmaal hipper, internationaler en belangrijker.

Tuymans heeft op vraag van het Londense kunstcentrum Parasol Unit een tentoonstelling samengesteld "The Gap" met uitsluitend Belgische beoefenaars van de abstracte kunst. Het gaat, zegt Tuymans over abstractie in België, een niet onbelangrijke nuance want ook voor hem was het een oefening in kijken en een studie over hoe verschillende generaties het begrip 'abstractie' benaderen.

Er waren de "Eerste abstracten in België" die we moeten situeren in de jaren twintig van de vorige eeuw Victor Servranckx, Felix De Boeck en Jozef Peeters die in de jaren vijftig opnieuw ontdekt werden door de jonge generatie verzameld o.a. in de Antwerpse groep G58/Hessenhuis. Voor hen was het een inspiratiebron en een bevestiging van de principes waaruit zij hun werk putten. Ook in Brussel en elders waren kunstenaars in verzet gegaan tegen het expressionisme in al zijn varianten en hadden zich bekeerd tot het abstracte (niet figuratieve). Het is uit deze generatie dat Tuymans ging putten om zijn project vorm te geven en bovendien zocht hij ook bij de jongste generatie figuren die, vanuit een andere motivatie weliswaar, een zekere vorm van abstractie beoefenen. Zij zijn geen volgelingen maar ontwikkelden een eigen sensibiliteit ten opzichte van de schilder- en sculptuurkunst die formeel niet schatplichtig is aan hun voorgangers maar een eigen beeldtaal spreekt. Tuymans vertrok vanuit nieuwsgierigheid, wilde zien en laten zien hoe twee generaties (de overledenen en overlevenden en de jongere garde) zich tot elkaar verhouden en desgevallend op elkaar inwerken.

Enkele namen moeten dit verduidelijken. Bij de ouderen vinden we o.m. Gaston Bertrand (1910-1994), Amédée Cortier (1921-1976), Walter Leblanc (1932-1986), Guy Mees (1935-2003), Jef Verheyen (1932-1984) en Bernd Lohaus (1940-2010). Een tussenschakel is zowel Raoul De Keyser (1930-2012) als Philippe Van Snick (1946) en daarrond evolueren Francis Alÿs (1959), Carla Arocha (1961) & Stéphane Schraenen (1971), Gert Robijns (1972), Timothy Segers (1963), Boy & Erik Stappaerts (1969), Pieter Vermeersch (1973).

Het is zeker niet de bedoeling om beide groepen tegen elkaar uit te spelen, het is eerder een vergelijkende studie waarbij Tuymans wil aantonen hoe de notie van de abstractie bepaalde spanningen in hun oeuvre doen ontstaan en dat die spanningen verschillen, niet slechts van kunstenaar tot kunstenaar maar van generatie tot generatie. Het is meer dan evident dat kunstenaars vandaag door de gesofistikeerde communicatiemiddelen en door de ontembare mondialisering andere perspectieven in hun picturale ontwikkeling ontdekken dan hun voorgangers en dat dit zich manifesteert in hun werk.

Schoolvoorbeeld van presentatie

Deze tentoonstelling is een schoolvoorbeeld van presentatie. In de benedenzalen van het M HKA, in haast verblindend wit herschilderd, heeft Tuymans op een haast schroomvallige manier een beperkt aantal werken laten ophangen of op de grond en tegen een wand laten plaatsen. Ieder werk heeft de ruimte gekregen om visueel tot zijn recht te kunnen komen en niet in conflict te raken met een ander. Daardoor krijgt de bezoeker de kans om als het ware tot een osmose te komen met het schilderij of de sculptuur en, per zaal, een verband te leggen tussen het verleden en het heden. Een intense beleving en een herwaardering van "oude meesters".

En over die herwaardering. Er is een opmerkelijke trend ontstaan, vooral in Antwerpen, om die "oude meesters", van o.a. G58/Hessenhuis opnieuw letterlijk in de vitrine te zetten. Een relatief kleine galerie in de oude stad legt zich al geruime tijd toe op solotentoonstellingen van kunstenaars zoals bvb. Guy Vandenbranden, de kunsthandelaar Ronny Van de Velde is al een tijd geleden begonnen met het opnieuw onder de aandacht brengen van die Hessenhuisgeneratie en meer bepaald het oudere werk van Paul van Hoeydonck. In het vorig jaar geopende Maurice Verbaet Art Center ligt de klemtoon op dezelfde kunstenaars maar de grote interesse blijft evenwel uit. Deze M HKA tentoonstelling staat buiten die trend maar het blijft merkwaardig dat ze ook binnen dat tijdsgewricht past.

Tentoonstelling "The Gap, abstracte kunst uit België, een selectie", Antwerpen M HKA, nog tot 29 mei.

Lees meer over:

Onze partners