Loonkloof tussen mannen en vrouwen bedraagt 10 procent

21/02/12 om 15:56 - Bijgewerkt om 15:56

(Belga) De loonkloof tussen vrouwen en mannen bedraagt 10 procent over alle sectoren heen. Dat berekende het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen op basis van bruto-uurlonen. In de privésector bedraagt de loonkloof bij bedienden 25 procent en bij arbeiders 17 procent.

Bij statutaire ambtenaren is de loonkloof vrijwel onbestaande, maar bij de mensen die tewerkgesteld zijn bij de overheid met een arbeidscontract, bedraagt ze nog 5 procent, zo blijkt uit het rapport "Vrouwen en mannen in België: genderstatistieken en genderindicatoren". Het grote verschil tussen de privésector en de overheidssector kan volgens de onderzoekers worden verklaard doordat de lonen veel sterker gereguleerd zijn bij de overheid. Naarmate er meer speling is in de lonen, groeit ook de loonkloof tussen mannen en vrouwen, stellen ze vast. Positief is dan weer dat de werkzaamheidsgraad van vrouwen tussen 25 en 54 jaar steeg van 54,6 procent in 1990 tot 74,4 procent in 2010. Bij vrouwen tussen 55 en 64 jaar gaat het om een stijging van 9,4 procent tot 29,2 procent. Vrouwen werken wel nog altijd vaker deeltijds dan mannen. Van alle loontrekkende vrouwen gaat het om 44,3 procent, daar waar het aandeel bij de mannen op 9,3 procent ligt. Onder andere door de ongelijkheden in loopbanen en loon is er ook sprake van een pensioenkloof tussen mannen en vrouwen. Die bedraagt gemiddeld genomen 23 procent. Bij zelfstandigen is dat zelfs 33 procent. (KAV)

Onze partners