Liesbeth Homans: 'Ik ben op vreselijke zaken gestoten'

26/06/13 om 07:20 - Bijgewerkt om 07:20

Het nieuwe Antwerpse schepencollege heeft zijn eerste halfjaar erop zitten. Burgemeester Bart De Wever en zijn schepenen hadden het niet onder de markt. Superschepen en OCMW-voorzitter Liesbeth Homans bijt van zich af.

Liesbeth Homans: 'Ik ben op vreselijke zaken gestoten'

© Tom Verbruggen

LiesbethHomans: Ik heb me de afgelopen maanden moeten bezighouden met besparingen door de tekorten die het vorige bestuur heeft achtergelaten. Ik ben ook voorzitter van Woonhaven Antwerpen, een van de grootste socialehuisvestingsmaatschappijen van het land. Daar ben ik op vreselijke zaken gestoten.

Spreekt u nu van lijken in de kast?

Homans: Ik heb het over een gecumuleerd tekort van 11 miljoen euro. Het vorige bestuur heeft wel een grote verantwoordelijkheid in het blijven tolereren van wantoestanden. Er zijn hier huurders met een betaalachterstand van 10.000 euro. Dat vind ik niet normaal, zeker omdat die per maand maar 180 euro huur hoeven te betalen. Ik ben geen onmens. Als een huurder een maand niet kan betalen omdat de dochter mee op schoolreis wil: geen probleem. Dan stellen we een afbetalingsplan op. Maar huurachterstallen van 10.000 euro, waaraan niets werd gedaan? Dat gaat ook rond, hè. Waarop zou je betalen als Woonhaven toch niet ingrijpt als je het niet doet? Ik ben al die dossiers systematisch in orde aan het brengen. Maar dat vergt tijd.

Onlangs kreeg ik een aanvraag van een man voor een sociaal appartement. Maar die man woont al met zijn partner in een sociaal appartement. In zijn motivatie voor een twééde appartement schreef hij, zwart op wit: 'Omdat ik dan een hogere werkloosheidsuitkering krijg.' Ik vind het niet normaal dat ik daarop moet ingaan en heb die aanvraag dus afgewezen. Maar ik ben teruggefloten.

Door wie?

Homans: Door de Inspectie Wonen Vlaanderen. De man voldoet namelijk aan alle toekenningsvoorwaarden: niet meer verdienen dan bedrag x enzovoort. (cynisch) In de officiële voorwaarden staat natuurlijk niet dat je geen sociale fraude mag plegen. Dus wil de inspectie niet dat ik er rekening mee houd. Terwijl het natuurlijk wél sociale fraude is. Ik weet dat meneer ten onrechte naar een hogere uitkering vist, ik weet ook dat hij bij mevrouw blijft wonen en dat hij zijn tweede appartement in het zwart zal onderverhuren. En dat moet ik dus tolereren, met een wachtlijst van 14.000 mensen. Dat maakt het sociale systeem kapot.

Patrick Janssens (SP.A) ergerde zich daar ook aan. Het evenwicht tussen rechten en plichten is de rode draad van zijn boekje Voorwat, hoort wat.

Homans: Dat was een uitleg op papier. Hij had beter in de praktijk meer werk gemaakt van die slogan. Ik hoor bijvoorbeeld veel klachten van sociale huurders dat bepaalde kosten stijgen. Maar die stijgen omdat de huurders zelf steeds minder willen doen. Zo poetsen ze de gangen niet meer. Vroeger gebeurde dat wel. Er was een beurtrol tussen de bewoners. Ik weet wel dat zoiets frustrerend kan zijn als je in die grote blokken op Linkeroever woont, met 200 à 300 twee appartementen, en er een paar niet meedoen en jij de indruk hebt dat je iemand anders zijn vuiligheid moet opkuisen. Maar het gevolg is dat alle poetswerk uitbesteed wordt aan externe firma's. Waardoor er natuurlijk extra kosten bijkomen. Ik begrijp dat niet. De overheid stelt al sociale woningen ter beschikking voor wie daar recht op heeft. En dat is goed, want dat heet solidariteit. Maar is het dan zo onoverkomelijk dat men één keer om de tien tot vijftien weken de gang poetst? (WP)

Het volledige interview met Liesbeth Homans leest u deze week in Knack.

Onze partners